waarneming

De Winner I (Eksel)

archeologisch element
ID
50159
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/50159

Beschrijving

Algemeen

Op de Winnerheide, ten noorden van het gehucht De Winner te Eksel (Hechtel-Eksel), werden minstens twee prehistorische grafheuvels vastgesteld. De vindplaats werd op 8 april 1959 tijdens een prospectie bezocht. Van 6 tot 16 juli 1959 werd één grafheuvel (grafheuvel 1) onder leiding van S.J. De Laet onderzocht, naar aanleiding van de geplande ontginning en nivellering van het heideterrein. Beide grafheuvels waren voordien reeds zwaar beschadigd door ongecontroleerde graafactiviteiten.

Grafheuvel 1

Grafheuvel 1 werd volgens de kwadrantenmethode opgegraven. De heuvel had een diameter van circa 15–16 m, gemeten aan de buitenzijde van de omgevende ringsloot, en een maximale bewaarde hoogte van ongeveer 75–80 cm boven het oude loopoppervlak.

Het heuvellichaam bestond uit geel zand, zonder herkenbare plaggenstructuur. Onder de heuvel werd een oud loopoppervlak vastgesteld, herkenbaar als een ongeveer 10 cm dikke, vaalgrijze horizont. Boven het heuvellichaam had zich een podzolprofiel van circa 40–45 cm ontwikkeld.

De heuvel was omgeven door een licht ovale, ononderbroken ringsloot met een breedte van 75–80 cm en een bewaarde diepte van slechts 10–15 cm.

Het centrale gedeelte van de heuvel was volledig vergraven, waardoor geen primaire begraving kon worden vastgesteld.

Het vondstmateriaal uit de opgraving was beperkt. In de vulling van recente draineringssleuven werden twee kleine scherven ijzertijdaardewerk aangetroffen. Verder werden enkele niet-diagnostische vuursteenafslagen in het heuvellichaam en een fragment van een zandstenen wetsteen nabij een van de houtskoolconcentraties gevonden.

Bij vroegere ongecontroleerde graafactiviteiten werd in de heuvel een urn van het Harpstedt-type aangetroffen. Volgens de beschikbare informatie bevond deze zich enigszins excentrisch ten opzichte van het heuvelcentrum. Mogelijk betreft het een secundaire bijzetting.

De urn bevatte 985 g gecremeerde menselijke beenderen. Volgens het fysisch-antropologische onderzoek van P. Janssens gaat het waarschijnlijk om één vrouw van gevorderde leeftijd, mogelijk circa 60 jaar.

De oorspronkelijke datering van de grafheuvel blijft onzeker. De Laet wees op de mogelijkheid van een neolithische oorsprong, op basis van de zandige opbouw zonder herkenbare plaggenstructuur en de brede, ononderbroken ringsloot. Vergelijkbare kenmerken komen echter ook voor bij grafheuvels uit de vroege ijzertijd. De Harpstedt-urne kan op een jongere, secundaire bijzetting wijzen.

Grafheuvel 2

Een tweede grafheuvel bevond zich in de onmiddellijke omgeving van grafheuvel 1, aan de andere zijde van een veldweg. Deze heuvel werd in 1959 niet opgegraven.

Ook deze grafheuvel was zwaar verstoord door een centrale kuil, aangelegd door ongecontroleerde gravers. In de wand van deze kuil was een duidelijke plaggenstructuur zichtbaar. Op basis hiervan vermoedde De Laet dat de heuvel uit de bronstijd dateerde.

De aanwezigheid van een plaggenstructuur in grafheuvel 2, tegenover het ontbreken ervan in grafheuvel 1, kan erop wijzen dat beide heuvels in verschillende perioden werden opgericht. Dit kon echter niet met onafhankelijk dateringsmateriaal worden bevestigd.

Afzonderlijke urnvondst

In juli 1955 werden door P. Janssens langs de veldweg tussen beide grafheuvels scherven van een tweede urn van het Harpstedt-type verzameld, samen met verbrande menselijke beenderen.

De urn was vervaardigd uit handgevormd aardewerk met een kartelrand, gegladde hals, ruw besmeten buik en een horizontale rij vinger- en nagelindrukken op de schouder.

Het fysisch-antropologische onderzoek wees op 200 g gecremeerde beenderen, mogelijk afkomstig van een volwassen man.

Deze vondst wijst op de aanwezigheid van minstens één bijkomende crematiebegraving in de onmiddellijke omgeving van de grafheuvels.

Interpretatie en chronologie

De vindplaats omvat minstens twee prehistorische grafheuvels en twee crematiebegravingen in Harpstedt-urnen.

De oorspronkelijke aanlegfase van grafheuvel 1 is niet met zekerheid gedateerd. Een neolithische oorsprong werd geopperd, maar een jongere datering kan niet worden uitgesloten. Grafheuvel 2 wordt op basis van zijn plaggenstructuur vermoedelijk in de bronstijd geplaatst.

De twee Harpstedt-urnen wijzen op begravingsactiviteiten tijdens de jongere urnenveldenperiode, in de late bronstijd en/of vroege ijzertijd.

De vindplaats kan bijgevolg een grafheuvelgroep vertegenwoordigen die gedurende verschillende perioden werd gebruikt of hergebruikt. De beperkte omvang van het onderzoek, de verstoringen en het ontbreken van goed gedateerde primaire begravingen laten echter geen definitieve reconstructie van de chronologische ontwikkeling toe.

Auteurs: Meylemans, Erwin
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)

Grafheuvels

Datering: late bronstijd, vroege ijzertijd
Typologie: crematiegraven, grafheuvels
Materiaal: verbrand bot (menselijk)
Gebeurtenis:
Afmetingenset: ⌄
Aantal 2 st

Harpstedt urne

Datering: vroege ijzertijd
Typologie: archeologische objecten, vondstenconcentraties
Materiaal: aardewerk, verbrand bot (menselijk)
Gebeurtenis:

Je kan deze pagina citeren als: INVENTARIS ONROEREND ERFGOED 2026: De Winner I (Eksel) [online], https://id.erfgoed.net/waarnemingen/50159 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.