Naar aanleiding van graafwerken op het domein Hoge Dijken te Roksem werden begin 1988 vroegmiddeleeuwse vondsten en grondsporen ontdekt. In 1988 en 1989 werd daarop een zone van meer dan 2.000 m2 onderzocht aan de rand van de Roksemput. De vindplaats ligt op droge zandgronden op een complex van langgerekte dekzandruggen, ongeveer 700 m ten zuiden van de kustpolders en ca. 400 m ten zuiden van de Zandstraat. De vroegere zandwinning had een deel van de site vernield en ook de oorspronkelijke bouwlaag was grotendeels afgegraven.
Steentijd
De oudste vondsten bestaan uit residueel lithisch materiaal, waaronder schrabbers, een gevleugelde pijlpunt met schachtdoorn, fragmenten van gepolijste bijlen en een zandstenen strijdhamer. Een gaaf gepolijst bijltje bevond zich mogelijk nog in situ. Deze vondsten wijzen op menselijke aanwezigheid vanaf minstens het Neolithicum, maar duidelijke bijbehorende structuren werden niet vastgesteld.
Uit de IJzertijd dateren talrijke paalsporen en verspreide kuilen, voornamelijk in het zuidwestelijke deel van het onderzochte areaal. De kern van deze bewoning lag vermoedelijk verder in die richting. Mogelijk werd ook een crematiegraf aangesneden. Uit de kuilen kwamen onder meer een schaal met geknikt randprofiel en een geknikte beker. Op typologische gronden wordt de bewoning na het begin van de La Tène-periode gedateerd.
Romeins
Voor de Romeinse periode werd een NW-ZO verlopende onverharde weg vastgesteld, herkenbaar aan talrijke karresporen. De weg wordt op basis van het vondstmateriaal in de 2de–3de eeuw geplaatst. Enkele kuilen oversnijden de weg. Eén ervan bevatte onder meer Argonne-sigillata met radstempelversiering uit de tweede helft van de 4de eeuw en Eifelaardewerk. Samen met enkele handgevormde aardewerkfragmenten met Noordzeegermaanse parallellen vormen deze vondsten mogelijk een aanwijzing voor laat-Romeinse bewoning.
Vroege middeleeuwen
Het zwaartepunt van de site ligt in de vroege middeleeuwen. Er werden talrijke kuilen, waterputten, grachten en greppels en verschillende houten gebouwen aangetroffen. De nederzetting kende een langdurige occupatie vanaf de Merovingische periode tot het begin van de volle middeleeuwen, waarbij vooral de laat-Merovingische en Karolingische fasen goed vertegenwoordigd zijn.
De oudste vroeg-Merovingische bewoning wordt in de 6de eeuw geplaatst en concentreert zich aan de rand van de Roksemput. Mogelijk behoort hiertoe een rechthoekig gebouw van ca. 8,5 × 4 m, naast verschillende vier- en/of zespostenspijkers en kuilen. Een bijzondere vondst is een bronzen haarpin met een gestileerde vogelkop en almandine-oog. Het aardewerk omvat onder meer grass-tempered ware, soms met kamstrepen of rozetstempels, naast Rijnlandse importwaar zoals Kleeblattkrüge en Wölbwandtöpfe.
De laat-Merovingische bewoning (7de–eerste helft 8ste eeuw) is veel omvangrijker en omvat minstens twee belangrijke bouwfasen. Tot de oudste fase behoort een langwerpig gebouw van ca. 5,5 × 12 m, waarschijnlijk een woonhuis, met een erf waarop verschillende vier- en zespostenspijkers en mogelijk een schuur of stal stonden.
In een volgende fase werd een opvallend groot woonstalhuis gebouwd van ongeveer 6 × 22 m. Het betrof waarschijnlijk een eenschepige constructie met dakdragende wanden, aan de buitenzijde gesteund door schuin geplaatste schoren. Het noordwestelijke/centrale deel wordt als woonruimte geïnterpreteerd, terwijl het zuidoostelijke derde als stal diende en vermoedelijk in veeboxen was onderverdeeld. Mogelijk bevond zich aan de andere zijde nog een afzonderlijke opslagruimte.
Tot de laat-Merovingische nederzetting behoren verder een houten waterput en talrijke afval- en voorraadkuilen. De voorraadkuilen werden na gebruik vaak opgevuld met slacht- en keukenafval. Het aardewerk omvat onder meer biconische vormen, radstempel- en golflijnversiering en plantaardig verschraald gebruiksaardewerk.
De Karolingische bewoning, tweede helft 8ste–9de eeuw, concentreert zich meer in het zuidoostelijke gedeelte van de opgraving. Ze omvat kuilen, grachten, paalsporen en vooral verschillende waterputten. Mogelijk kon een klein, ca. 10 m lang gebouw met licht gebogen wanden worden herkend, al blijft de reconstructie onzeker.
Opvallend is een cluster van vijf Karolingische waterputten, waaronder een boomstamput, vierkante houten putten en twee ronde stenen exemplaren. De stenen putten waren gedeeltelijk opgebouwd uit hergebruikt Romeins bouwmateriaal, waaronder Doornikse kalksteen en mortel. De auteur brengt dit materiaal in verband met het laat-Romeinse castellum van Oudenburg; mortelonderzoek wees op overeenkomst met de mortel van castellum I. Een maalsteenfragment in Mayener basaltlava wijst eveneens op contacten over langere afstand.
Het Karolingische aardewerk omvat lokaal gebruiksaardewerk en importproducten uit het Rijnland en Noord-Frankrijk, waaronder reliëfbandamforen en Badorfwaar. De aanwezigheid van deze importwaar sluit aan bij de eerder aangetroffen sceatta en illustreert dat de rurale nederzetting niet geïsoleerd was, maar toegang had tot bovenregionale uitwisselingsnetwerken.
Volle middeleeuwen
Ook in het begin van de volle middeleeuwen bleef er enige activiteit. Een houten waterput behoort waarschijnlijk tot deze jongste bewoningsfase. Daarna lijkt de bewoningskern zich verder naar het zuidoosten te hebben verplaatst, richting Duineweg/Oude Bruggeweg. Duidelijke bewoningssporen uit de 11de–12de eeuw ontbreken. Een ca. 200 m2 grote ovale structuur uit deze periode wordt voorzichtig geïnterpreteerd als een drinkplaats voor vee en kan wijzen op het gebruik van het terrein als weide.
Bron: Hollevoet, Y. 1991, Een vroeg-middeleeuwse nederzetting aan de Hoge Dijken te Roksem (gem. Oudenburg), in Archeologie in Vlaanderen, I, 1991, p. 181-196. Literatuur ()
Bron: Ervynck, A. 1990: Archeozoölogisch onderzoek op het Laboratorium voor Paleontologie (R.U.G.), Archaeologia Mediaevalis 13, 9-12. Literatuur ()
C.K.:Ervynck:1990j
Beschrijving: O.a. een aantal schrabbers, een pijlpunt met schachtdoorn en weerhaken, fragment van gepolijste bijlen, bijl met ovale dwarsdoorsnede, licht gebogen snede en smalle hiel, fragment van een zandstenen strijdhamer (buiten context gevonden).
Bron: Hollevoet, Y. 1991, Een vroeg-middeleeuwse nederzetting aan de Hoge Dijken te Roksem (gem. Oudenburg), in Archeologie in Vlaanderen, I, 1991, p. 181-196. Literatuur ()
Bron: Rogge, M. en S. De Cock, 1986, Overzicht van de voornaamste V.o.B.o.W.-activiteiten in 1985, in Westvlaamse Archaeologica, 2, p. 73-75. Literatuur ()
Bron: Bauwens-Lesenne, M., 1963, Bibliografisch repertorium der oudheidkundige vondsten in Westvlaanderen (vanaf de vroegste tijden tot aan de Noormannen), in: Oudheidkundige Repertoria, IV, Brussel: p. 104 Literatuur ()
Bron: Hollevoet Y. 1996, Ijzertijdvondsten te Oostkamp en in de regio Jabbeke-Oudenburg (W.-Vl.), Lunula Archaeologia protohistorica IV, p. 63-64 Literatuur ()
Bron: Hollevoet, Y. 1991, Een vroeg-middeleeuwse nederzetting aan de Hoge Dijken te Roksem (gem. Oudenburg), in Archeologie in Vlaanderen, I, 1991, p. 181-196. Literatuur ()
Beschrijving: mogelijk resten van een brandrestengraf Uit typologische gelijkenis met de vondsten uit de ijzertijdnederzetting van BruggeFort Lapin, lijkt een datering na het begin van de La Tène-periode aangewezen.
Bron: Rogge, M. en S. De Cock, 1986, Overzicht van de voornaamste V.o.B.o.W.-activiteiten in 1985, in Westvlaamse Archaeologica, 2, p. 73-75. Literatuur ()
Bron: Bauwens-Lesenne, M., 1963, Bibliografisch repertorium der oudheidkundige vondsten in Westvlaanderen (vanaf de vroegste tijden tot aan de Noormannen), in: Oudheidkundige Repertoria, IV, Brussel: p. 104 Literatuur ()
Bron: Hollevoet Y. 1996, Ijzertijdvondsten te Oostkamp en in de regio Jabbeke-Oudenburg (W.-Vl.), Lunula Archaeologia protohistorica IV, p. 63-64 Literatuur ()
Bron: Hollevoet, Y. 1991, Een vroeg-middeleeuwse nederzetting aan de Hoge Dijken te Roksem (gem. Oudenburg), in Archeologie in Vlaanderen, I, 1991, p. 181-196. Literatuur ()
Bron: Rogge, M. en S. De Cock, 1986, Overzicht van de voornaamste V.o.B.o.W.-activiteiten in 1985, in Westvlaamse Archaeologica, 2, p. 73-75. Literatuur ()
Bron: Bauwens-Lesenne, M., 1963, Bibliografisch repertorium der oudheidkundige vondsten in Westvlaanderen (vanaf de vroegste tijden tot aan de Noormannen), in: Oudheidkundige Repertoria, IV, Brussel: p. 104 Literatuur ()
Bron: Hollevoet Y. 1996, Ijzertijdvondsten te Oostkamp en in de regio Jabbeke-Oudenburg (W.-Vl.), Lunula Archaeologia protohistorica IV, p. 63-64 Literatuur ()
Bron: Hollevoet, Y. 1991, Een vroeg-middeleeuwse nederzetting aan de Hoge Dijken te Roksem (gem. Oudenburg), in Archeologie in Vlaanderen, I, 1991, p. 181-196. Literatuur ()
Beschrijving: Heel wat paalsporen zonder duidelijke structuur en een aantal verspreide kuilen. Fragment van schaal met geknikt randprofiel en afgeronde bodem en fragment van een geknikte beker. Uit typologische gelijkenis met de vondsten uit de ijzertijdnederzetting van BruggeFort Lapin, lijkt een datering na het begin van de La Tène-periode aangewezen.
Bron: Rogge, M. en S. De Cock, 1986, Overzicht van de voornaamste V.o.B.o.W.-activiteiten in 1985, in Westvlaamse Archaeologica, 2, p. 73-75. Literatuur ()
Bron: Hollevoet, Y. 1991, Een vroeg-middeleeuwse nederzetting aan de Hoge Dijken te Roksem (gem. Oudenburg), in Archeologie in Vlaanderen, I, 1991, p. 181-196. Literatuur ()
C.K.:Hollevoet:1991aa
Bron: Hollevoet, Y. 1992, Merovingische huizen, Karolingische waterputten: het archeologisch onderzoek van een vroeg-middeleeuwse nederzetting op het domein van de Hoge Dijken te Roksem (gem. Oudenburg), in Westvlaamse Archaeologica, 8, 2, p. 53-57. Literatuur ()
Bron: Ervynck, A. 1990: Archeozoölogisch onderzoek op het Laboratorium voor Paleontologie (R.U.G.), Archaeologia Mediaevalis 13, 9-12. Literatuur ()
C.K.:Ervynck:1990j
Beschrijving: -concentratie in de zuidoostelijke hoek: grote en kleine kuilen, grachten, paalgaten. -geen duidelijke structuren te herkennen, met uitzondering van één duidelijke rij paalsporen. -5-tal waterputten (4 naast elkaar aangetroffen, zgn. boomput, 2 vierkante houten waterputten en de resten van een ronde stenen put herbruikte brokken Doornikse kalksteen, veldsteenfragmenten en mortelbrokken afkomstig van het Romeinse castellum) -vondstenmateriaal: fragmenten van potten met strakke, eenvoudige naar buiten gerichte rand en eivormig lichaam met lichte lensbodem, fragmenten van reliëfbandamforen en Badorfwaar (beide import Rijnland), roodbeschilderde scherf uit Noord-Frankrijk, fragmenten van een kogelpotje, verschraling met zand en schelpgruis. tweede helft 8ste eeuw-9de eeuw
Bron: Rogge, M. en S. De Cock, 1986, Overzicht van de voornaamste V.o.B.o.W.-activiteiten in 1985, in Westvlaamse Archaeologica, 2, p. 73-75. Literatuur ()
Bron: Bauwens-Lesenne, M., 1963, Bibliografisch repertorium der oudheidkundige vondsten in Westvlaanderen (vanaf de vroegste tijden tot aan de Noormannen), in: Oudheidkundige Repertoria, IV, Brussel: p. 104 Literatuur ()
Bron: Hollevoet Y. 1996, Ijzertijdvondsten te Oostkamp en in de regio Jabbeke-Oudenburg (W.-Vl.), Lunula Archaeologia protohistorica IV, p. 63-64 Literatuur ()
Bron: Hollevoet, Y. 1991, Een vroeg-middeleeuwse nederzetting aan de Hoge Dijken te Roksem (gem. Oudenburg), in Archeologie in Vlaanderen, I, 1991, p. 181-196. Literatuur ()
Beschrijving: -kuilen met materiaal o.a. een fragment Argonne-sigillata met radstempelversiering, fragment van een mondstuk van een kruik met uitgeknepen tuit in Eifelwaar Deze vondsten kunnen een indicatie zijn voor de aanwezigheid van laat-Romeinse bewoning, waarvan de kern bijna volledig bij de zandwinningswerken vernield werd en waarbij vermoedelijk de oudste voreg-middeleeuwse bewoning aansloot. -in dezelfde zone werd een aantal scherven gevonden die aansluiten bij de vroegste Angelsaksische contexten zgn. grass tempered ware, fragmenten van laat-Romeinse Argonne-sigillata 4de eeuw-5de eeuw
Bron: Rogge, M. en S. De Cock, 1986, Overzicht van de voornaamste V.o.B.o.W.-activiteiten in 1985, in Westvlaamse Archaeologica, 2, p. 73-75. Literatuur ()
Bron: Hollevoet, Y. 1991, Een vroeg-middeleeuwse nederzetting aan de Hoge Dijken te Roksem (gem. Oudenburg), in Archeologie in Vlaanderen, I, 1991, p. 181-196. Literatuur ()
C.K.:Hollevoet:1991aa
Bron: Hollevoet, Y. 1992, Merovingische huizen, Karolingische waterputten: het archeologisch onderzoek van een vroeg-middeleeuwse nederzetting op het domein van de Hoge Dijken te Roksem (gem. Oudenburg), in Westvlaamse Archaeologica, 8, 2, p. 53-57. Literatuur ()
Bron: Ervynck, A. 1990: Archeozoölogisch onderzoek op het Laboratorium voor Paleontologie (R.U.G.), Archaeologia Mediaevalis 13, 9-12. Literatuur ()
C.K.:Ervynck:1990j
Beschrijving: -vroeg-Merovingische concentratie op de rand van de Roksemput. -standgreppels+paalgaten: mogelijk i.v.m. een NW-ZO gerichte rechthoekige constructie. -aantal kleinere structuren (4- en.of 6-postenspiekers). -losse kuilen: o.a. een bronzen haarpin waarvan de kop een gestyleerde vogel met almandine-oog voorstelt en een zilveren munt: een Angelsaksische sceatta gedateerd ca 700-710. 5de eeuw-6de eeuw
Bron: Rogge, M. en S. De Cock, 1986, Overzicht van de voornaamste V.o.B.o.W.-activiteiten in 1985, in Westvlaamse Archaeologica, 2, p. 73-75. Literatuur ()
Bron: Hollevoet, Y. 1991, Een vroeg-middeleeuwse nederzetting aan de Hoge Dijken te Roksem (gem. Oudenburg), in Archeologie in Vlaanderen, I, 1991, p. 181-196. Literatuur ()
C.K.:Hollevoet:1991aa
Bron: Hollevoet, Y. 1992, Merovingische huizen, Karolingische waterputten: het archeologisch onderzoek van een vroeg-middeleeuwse nederzetting op het domein van de Hoge Dijken te Roksem (gem. Oudenburg), in Westvlaamse Archaeologica, 8, 2, p. 53-57. Literatuur ()
Bron: Rogge, M. en S. De Cock, 1986, Overzicht van de voornaamste V.o.B.o.W.-activiteiten in 1985, in Westvlaamse Archaeologica, 2, p. 73-75. Literatuur ()
Bron: Hollevoet, Y. 1991, Een vroeg-middeleeuwse nederzetting aan de Hoge Dijken te Roksem (gem. Oudenburg), in Archeologie in Vlaanderen, I, 1991, p. 181-196. Literatuur ()
C.K.:Hollevoet:1991aa
Bron: Hollevoet, Y. 1992, Merovingische huizen, Karolingische waterputten: het archeologisch onderzoek van een vroeg-middeleeuwse nederzetting op het domein van de Hoge Dijken te Roksem (gem. Oudenburg), in Westvlaamse Archaeologica, 8, 2, p. 53-57. Literatuur ()
Bron: Ervynck, A. 1990: Archeozoölogisch onderzoek op het Laboratorium voor Paleontologie (R.U.G.), Archaeologia Mediaevalis 13, 9-12. Literatuur ()
C.K.:Ervynck:1990j
Beschrijving: -2 waterputten (de ene tegen de andere aangebracht), vierkante vorm, vulling: o.a. importwaar uit het Eifelgebied. -weinig sporen, waarschijnlijk lag de woonkern meer zuidoostwaarts in de richting van de Duineweg en de Oude Bruggeweg, duidelijke bewoningssporen uit de 11de en 12de eeuw ontbreken. -grote ovale structuur van ca. 200 m², vermoedelijk uit de 12de eeuw: waarschijnlijk een poel voor dieren. Het terrein werd vermoedelijk weer aangewend als weide. 10de eeuw-12de eeuw
Bron: Rogge, M. en S. De Cock, 1986, Overzicht van de voornaamste V.o.B.o.W.-activiteiten in 1985, in Westvlaamse Archaeologica, 2, p. 73-75. Literatuur ()
Bron: Bauwens-Lesenne, M., 1963, Bibliografisch repertorium der oudheidkundige vondsten in Westvlaanderen (vanaf de vroegste tijden tot aan de Noormannen), in: Oudheidkundige Repertoria, IV, Brussel: p. 104 Literatuur ()
Bron: Hollevoet Y. 1996, Ijzertijdvondsten te Oostkamp en in de regio Jabbeke-Oudenburg (W.-Vl.), Lunula Archaeologia protohistorica IV, p. 63-64 Literatuur ()
Bron: Hollevoet, Y. 1991, Een vroeg-middeleeuwse nederzetting aan de Hoge Dijken te Roksem (gem. Oudenburg), in Archeologie in Vlaanderen, I, 1991, p. 181-196. Literatuur ()
Beschrijving: -een tracé van een NW-ZO verlopende aarden weg -talrijke karrensporen met als vulling zeer fragmentarisch schervenmateriaal, o.a. zgn. geverniste waar met zandbestrooiing 2de eeuw-3de eeuw