De huidige Onze-Lieve-Vrouwekerk is een neogotische kerk die tussen 1877 en 1879 werd opgericht ter vervanging van een oudere parochiekerk. Historische en archeologische gegevens wijzen erop dat de oorsprong van deze kerkelijke site aanzienlijk ouder is dan het verdwenen gebouw zelf. Hoewel de vroegere kerk traditioneel werd beschouwd als een romaanse pijlerbasiliek uit de 12de of 13de eeuw, suggereren archeologische onderzoeken dat de oorsprong van het kerkelijk complex mogelijk teruggaat tot het midden van de 10de eeuw. De site wordt in verband gebracht met een vroege minsterkerk en zou later verbonden zijn geweest met de Tempeliers.
Het archeologisch onderzoek, uitgevoerd in 1984, 1999 en 2010, leverde belangrijke gegevens op over de ontwikkeling van het kerkterrein. Daarbij werden resten vastgesteld van verschillende bouwfasen die aansluiten bij de historische bronnen. De kerk werd vernield in 1488, heropgebouwd aan het einde van de 15de of het begin van de 16de eeuw en in de late 16de eeuw opnieuw zwaar beschadigd of vernield. Uiteindelijk werd het historische kerkgebouw in 1877 volledig afgebroken voor de bouw van de huidige kerk.
Een bijzonder belangrijke vondst betreft een gracht die tijdens het onderzoek van 1999 werd aangesneden. De vulling bevatte aardewerkscherven die dateren uit het tweede kwart van de 11de tot het eerste kwart van de 12de eeuw. Deze structuur vormt een concrete aanwijzing voor activiteiten op het terrein tijdens de volle middeleeuwen en ondersteunt de hypothese van een vroege en mogelijk belangrijke kerksite.
Daarnaast werden tijdens hetzelfde onderzoek 63 begravingen onderzocht. Bij het merendeel konden sporen van houten grafbekistingen worden vastgesteld. Enkele overledenen waren begraven in bakstenen grafstructuren, waarvan twee graven aan de binnenzijde waren bepleisterd en voorzien van een rood geschilderd kruis.
De site bezit een hoge archeologische erfgoedwaarde vanwege haar lange en grotendeels continue gebruiksgeschiedenis vanaf minstens de volle middeleeuwen en mogelijk reeds vanaf de 10de eeuw. Resten van opeenvolgende kerkfasen, een omvangrijk begravingsbestand en aanwijzingen voor een omgrachte inrichting maken van de locatie een belangrijke bron voor het onderzoek naar de ontwikkeling van de kerksite en de middeleeuwse bewoningsgeschiedenis van de regio.
· Historische kaarten:
Archeologische waarde aanwezig: ja (+2!)
Aandachtspunten: funeraire archeologie (aanwezigheid van begravingen) binnen en buiten de kerk, verdwenen gebouwen en structuren.
Auteurs: Jansen, Isabelle
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Beschrijving:
Archeologisch onderzoek: in 1984 door Van Eenhooge, in 1999 door Snauwaert, Schietecatte, Pieters en Van Eenhooge en in 2010 nog verder aangevuld met archeologisch en syntheseonderzoek door Ruben Willaert bvba.
- de kerk werd vermoedelijk gesticht omstreeks het midden van de 10de eeuw (minsterkerk, daarna olv Tempelridders)
- in 1488 verwoest
- hersteld eind 15de, begin 16de eeuw
- eind 16de eeuw opnieuw verwoest
- 1877 volledig afgebroken
- daarna bouw bestaande kerk
Beschrijving:
63 begravingen werden onderzocht; bij de meeste werd bekisting herkend. Ook enkele bakstenen graven; twee hiervan waren aan de binnenzijde bepleisterd en versierd met een rood kruis. (onderzoek 1999)
Beschrijving:
gracht, met in vulling enkele scherven aardewerk (onderzoek 1999)
datering obv aardewerk: 2de kwart 11de - 1ste kwart 12de eeuw