Tijdens de terreinevaluatie werden 69 spoornummers uitgeschreven. 8 sporen werden na coupe ter controle gedetermineerd als natuurlijk en 1
spoor als recent. De overige sporen betreffen houtskoolmeilers (2), paalkuilen (5) kuilen (7), greppels en grachten (46). Anderzijds werden ook recentere antropogene verstoringen en natuurlijke sporen aangesneden.
Tijdens dit proefsleuvenonderzoek werden in totaal 15 vondsten gerecupereerd. Deze bestaan uit aardewerk, tussen de 9de en 12de eeuw, en vuursteen.
Auteurs: Polfliet, Bruno
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Beschrijving:
Gracht welke breder wordt naar het westen toe. Door zijn ligging op de grens van de akker met de beek kon deze niet volledig worden vrij gelegd. Bij projectie op de Atlas der Buurtwegen (ca. 1840) kan de gracht vermoedelijk geïdentificeerd worden als 19de-eeuwse perceleringsgracht. De aanwezigheid van 3 wandscherven handgevormd vroeggrijs aardewerk (9de-12de eeuw) wijzen erop dat 19de-eeuwse perceleringsgracht gebaseerd is op een oudere voorloper of dat de perceleringsgracht oudere sporen heeft verstoord.
Verspreid over het terrein komen nog 29 greppelsegmenten voor, welke op basis van hun ligging en vulling kunnen gereduceerd worden tot 25 greppels & grachten. Bij projectie op de Atlas der Buurtwegen (ca. 1840) kunnen 4 van deze grachten geïdentificeerd worden als 19de-eeuwse perceleringsgrachten. De eerste van deze gaat vermoedelijk terug op een oudere voorloper. Uit de vulling werd aardewerk gerecupereerd te dateren in de 14de-15de eeuw.
De overige grachten en greppels hebben allen min of meer een N-Z oriëntatie, gelijklopend met de natuurlijke helling. Deze kunnen dan waarschijnlijk ook beschouwd worden als greppels & grachten met drainerende functie.
Beschrijving:
Gebouwplattegrond met NO-ZW oriëntatie en bestaande uit 6 paalkuilen. Deze gebouwplattegrond wordt samen met een houtskoolmeiler en 2 bijhorende kuilen omgeven door een gracht en greppel.
De datering van deze structuren is niet éénduidig: Het aangetroffen gebouwtype kan gedateerd worden in de Romeinse tijd. In de vulling van één van de paalkuilen werden echter een wand- en bodemfragment oxiderend gebakken aardewerk met interne glazuur aangetroffen. Dit komt pas voor vanaf de 13de eeuw. Mogelijk bevindt het aardewerk zich dus ex situ. De houtskoolmeiler kan op basis van vergelijking in de Romeinse tijd gedateerd worden. De twee bijhorende kuilen zijn mogelijk extractiekuilen.
In dezelfde zone werden ook nog twee ontginningskuilen van opduikende tertiaire klei aangetroffen, zonder datering.
De aangetroffen gebouwplattegrond wordt samen met de houtskoolmeiler en de twee bijhorende kuilen omgeven door een gracht en greppel. Deze kunnen op basis van het aardewerk uit de gracht voorzichtig gedateerd worden in de 12de-13de eeuw.
Beschrijving:
Spoor met een afgeronde rechthoekige vorm met veel houtskool en sporen van verbrande moederbodem. Uit de vulling werd 1 staal genomen voor verder natuurwetenschappelijk onderzoek (anthracologisch onderzoek & C14). Dit spoor kan vermoedelijk geïnterpreteerd worden als de restant van een kolenbranderskuil of houtskoolmeiler.
Beschrijving:
Iets ten oosten van de grachten en greppels uit de middeleeuwen komen twee kuilen voor. De coupes tonen aan dat de kuilen zeer gelijkaardig zijn qua vorm en vulling en dus vermoedelijk gelijktijdig te dateren zijn. Vondsten werden niet aangetroffen. Het onderzoek toont aan dat deze kuilen geen onderdeel vormen van een groter geheel.
Elders op het terrein kwam een onregelmatig ovaal spoor aan het licht van 196cm x 124cm. Ook hier konden geen vondsten worden gerecupereerd.
Beschrijving:
In de zuidoostelijke hoek van het terrein werd een complex van greppels & grachten aangetroffen. Het betreft 14 sporen van 12 structuren. Het aangetroffen complex van greppels & grachten kan dan ook beschouwd worden als een geheel van pogingen om het terrein te draineren. Uit deze grachten & greppels werden 64 wanden, 10 randen en 1 bodem reducerend gebakken aardewerk gerecupereerd. Daarnaast kwamen nog 36 wanden en 3 randen in oxiderend gebakken aardewerk voor. Tot slot werd dit aangevuld met 1 handgevormde wand. Op basis van het aangetroffen aardewerk kan het grachtencomplex gedateerd worden in de volle middeleeuwen. Een van de greppels heeft een aftakking die uitmondt in een waterkuil. De waterkuil heeft een ovale vorm met heterogene vulling met houtskoolspikkels. Uit de vulling kon 1 handgevormde wandscherf met donkere kern worden gerecupereerd. Deze kan voorzichtig worden gedateerd in de 10de-11de eeuw.
Verspreid over het terrein komen daarnaast nog 29 greppelsegmenten voor, waarvan 1 greppel op basis van de aangetroffen vondst (1 reducerend gebakken oorfragment, te dateren vanaf de 13de eeuw) mogelijk nog tot het volmiddeleeuws grachtencomplex behoort.
Beschrijving:
De enige vuurstenen vondst werd aangetroffen ter hoogte van een natuurlijke depressie. Hier was de originele bodemopbouw deels bewaard onder een pakket colluvium. Deze vondst kon worden gerecupereerd uit de afgedekte bodem. Het betreft een kling uit vuursteen waarbij de slagpunt en slagbult duidelijk zichtbaar zijn.