Tijdens graafwerkzaamheden (uitbraak trap) aan de achterzijde van het gemeentehuis van De Haan in het kader van de grondige restauratie van het gebouw werden op maandag 21 augustus 2023 skeletresten (samen met ander vondstmateriaal) aangesneden, op een diepte van ca. – 1 m. De uitvoerende firma vermoedde dat het menselijk botmateriaal betrof en lichtte meteen de politie in; de werken ter plaatse werden stilgelegd.
De politie stelde vast dat de vondsten gebeurden onder een betonniveau dat er al enkele tientallen jaren ligt (van rond 1983) en dat het dus wellicht ‘historisch’ materiaal betrof. Daaropvolgend droeg de parketmagistraat, in samenspraak met de Federale Gerechtelijke Politie Brugge, het onderzoek over aan het agentschap Onroerend Erfgoed. De locatie werd door de brandweer afgedekt in afwachting van verder onderzoek. Vervolgens meldde de dienstdoende hoofdinspecteur de toevalsvondst aan het agentschap. Op woensdagochtend 23/08 gebeurde de terreinevaluatie door Sofie Vanhoutte, onderzoeker archeologie bij het agentschap.
De uitbraak- en graafwerkzaamheden in een zone tegen de achterzijde van het gemeentehuis bleken behalve skeletmateriaal nog verschillende andere vondsten te hebben aangesneden. Een aantal vondsten wijst daarbij naar de, hoogstwaarschijnlijk Eerste, Wereldoorlog: een obus, vier kogels, een vrij groot, goed bewaard textielfragment (vermoedelijk van uniform). Hetzelfde geldt mogelijk voor het schoenzoolfragment (hak) van een bespijkerde schoen (gecorrodeerd aan ijzeren staaffragment). Andere metaalvondsten (vooral ijzer) zijn mogelijk ook als Eerste Wereldoorlogmateriaal te determineren, maar er kan niet uitgesloten worden dat het om materiaal van vóór of na WOI gaat (o.a. twee duidelijke ketels, verschillende staafstukken, maar ook heel wat niet-identificeerbaar materiaal).
Alle vondsten lijken te wijzen naar vooral de eerste helft van de 20ste eeuw (of mogelijk nog eind 19de eeuw). De glasvondsten en verschillende stukken keramiek kunnen hebben toebehoord aan het oorspronkelijke hotel, dat zijn bloei kende in het eerste kwart van de 20ste eeuw (Le Grand Hôtel du Coq-sur-Mer). Wat betreft het glas gaat het om standaardflessen in donker glas, verfijnde flesjes die eerder in de sfeer zitten van toilettage/verzorging, een glazen deksel van een pot, vensterglas. Het servies in keramiek omvat o.a. een versierd faience bord, een klein faience bordje, een groen geglazuurd kannetje in witbakkend aardewerk, vroegmodern steengoed.
Het skeletmateriaal omvat enkele tientallen beenderen en beenderfragmenten. Uiteindelijk blijkt het te gaan om allemaal dierlijk bot, vermoedelijk van rund. Het betreft vooral dikke, compacte buisvormige botten van de poten, brede ribben, en fragmenten van bekken- en sleutelbeenderen.
Nazicht van de werkput leert dat er meer vondsten zijn te halen uit het pakket (bot, metaal, keramiek, glas, kogels). Het pakket bevindt zich onder een betonniveau dat in/rond 1983 zou zijn aangelegd. Net onder dit betonniveau is een (enkele, horizontale) baksteenlaag te herkennen (industriële baksteen), met eronder een dik ophogingspakket (steriel zand). Daaronder bevindt zich het heterogeen zandpakket dat de vondsten in kwestie opleverde. Nazicht van dit pakket leert dat het hier om een ophogings/nivelleringspakket moet gaan, met afbraakpuin en verrommeld materiaal, dat zich dus niet meer in situ, maar in secundaire positie bevindt.
Uit de terreinevaluatie kan geconcludeerd worden dat het dierlijk botmateriaal (vermoedelijk rund), samen met divers (vroeg)20ste-eeuws materiaal - waaronder ook duidelijk WO( I )materiaal -, zich bevond in een ophogings/nivelleringspakket, en dus niet meer in primaire context. Nazicht leert dat in dit pakket bovendien nog meer van dergelijke stukken te vinden zijn. Wel kan gesteld worden dat bij die nivellering/ophoging een oorlogscontext (in de directe nabijheid?) werd aangesneden. Het vrij groot en goed bewaard textielfragment, wellicht afkomstig van een uniform, doet de aanwezigheid van een gesneuvelde vermoeden. Waakzaamheid blijft dus geboden bij bodemingrepen in deze zone. In de huidige omstandigheden is verder onderzoek niet aan de orde en het dossier is hiermee afgesloten. De vondsten zijn door het agentschap Onroerend Erfgoed niet meegenomen, wegens weinig relevant (vondsten zonder context).
Auteurs: Vanhoutte, Sofie
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)