Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden in totaal 22 sporen geregistreerd. Het gaat om elf kuilen, zeven greppels, een poel, een paalspoor, een vloer en een muur.
Auteurs: Defrancq, Jelle
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Beschrijving:
De poel werd op vlak 1 geregistreerd als een rond of ovaal spoor met een noord-zuid diameter van ca. 7m. De noordoever bestaat uit een scherp afgelijnde, bruingrijze en houtskoolrijke zandige leemlaag. De zuidelijke oever bestaat uit een vulling met gelijkaardige kenmerken zij het een stuk heterogener gevlekt en met minder houtskoolbrokjes. In het tweede vlak is een complexe interne gelaagdheid waargenomen. Er werden drie fasen herkend. Op basis van de aanwezigheid van steengoed uit Siegburg vanaf de oudste poelfase kan de poel vanaf de 14de eeuw worden geplaatst. De beperkte dominantie van het rood geglazuurd aardewerk ten opzichte van het grijze aardewerk in de recentste fasen van de poel (fase 2 en fase 3) wijst er op dat deze waarschijnlijk niet later dan de 16de eeuw werd opgegeven.
Beschrijving:
De kuilen in het westelijk deel van het studiegebied worden gekenmerkt door een donkere, gevlekte vulling en een zeer scherpe aflijning. Samen met het aangetroffen aardewerk wijst dit op een datering op het einde van de Nieuwe tijd tot Nieuwste tijd. De kuilen getuigen van achtererffenomenen gelinkt aan de bewoning die zich vanaf de 18de eeuw tot heden aan de Hoogstraat bevond. Ook de muur en vloer kunnen hiermee in verband worden gebracht.
De overige kuilen kunnen op basis van hun vulling en het (schaarse) materiaal in de Nieuwe Tijd worden geplaatst. De grootste kan op basis van zijn afmetingen mogelijk als extractiekuil of een poel worden geïnterpreteerd. Voor de kleinere kuilen is geen interpretatie voorhanden.