Opgraving met Romeinse sporen over een oppervlak van 1,8 hectaren. Site gelokaliseerd langs de het wegtracé van de Romeinse hoofdweg Bavay-Asse, tussen de vici van Kester in het zuiden en Asse in het noorden.
Steentijd artefactenconcentratie, mogelijk uit het finaal paleolithicum, van beperkte omvang, aanwezig in een boomvalkuil die op basis van een houtskoolfragment in het midden-neolithicum kan gedateerd worden (waarschijnlijkheidsgraad van 95,4% in de periode tussen 3640 BC en 3380 BC). Deze datering geldt als terminus ante quem voor de prehistorische activiteit of het achterlaten van de artefacten.
In een ander natuurlijk spoor werd een gefaconneerde bijl aangetroffen (mogelijk midden-neolithicum).
Fragmenten van gepolijste bijlen, fragmenten van een dolk met een algemene datering in het midden of laat-neolithicum. En ook een finaalpaleolithische klingkern in de vulling van een Romeins brandrestengraf.
Gracht en enkele paalsporen, mogelijk een kleine spieker.
Funeraire context met tientallen brandrestengraven, met een opvallende cluster in deelgebied 2 van de opgraving. Heel wat nagels en aardewerk. Opvallend is het quasi ontbreken van crematieresten in associatie met de brandrestengraven.
Nederzettingssporen met aanwijzingen voor artisanale activiteiten. Vooral greppels en kuilen met Romeins vondstmateriaal. Er werden geen grote gebouwplattegronden aangetroffen, louter enkele kleinere vierkante gebouwen of spierkers. Dit doet vermoeden dat de periferie van een Romeinse nederzettingskern werd opgegraven. Heel wat materiaal (aardewerk, bouwfragmenten). Op basis van het vondstmateriaal (vnl. aardewerkfragmenten) dateren de nederzettingssporen uit de periode vanaf de 1e eeuw n.C. tot en met de 3e eeuw n.C.)
Greppelstructuren van een modern drainagesysteem, met bakstenen drainagebuizen.
Auteurs: Van den Hove, Peter
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)