Hoewel het onderzoek zich binnen de Romeinse vicus bevindt, leverde het maar weinig restanten uit de Romeinse periode op. De reden hiervoor ligt 1. bij de zeer hoge graad aan erosie, veroorzaakt door het feit dat het grootste deel van het projectgebied al sinds de 17de eeuw in gebruik is als weg en 2. het feit dat de holle wegen op bepaalde plaatsen werden afgegraven en verbreed voor de winning van kalkrijke leem wat voor bijkomende verstoring heeft gezorgd. Enkel de proefput in de Windmolenstraat leverde Romeinse sporen op: enkele kuilen en een paalspoor. Uit andere periodes kwamen geen relevante sporen aan het licht. Er werden alleen postmiddeleeuwse wegtracés en leemwinningskuilen aangesneden. Enkele proefputten leverden geen sporen op, maar wel verspitte/verspoelde Romeinse vondsten. Deze vondsten zijn afkomstig uit jongere postmiddeleeuwse sporen en dus uit context.
Auteurs: Lemay, Nancy
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Beschrijving:
Het paalpoor was nog 30 cm breed bewaard en 10 cm diep. De kuilen V-2 en V-3 waren voor het grootste gedeelte verstoord door de aanlegsleuf van de recente nutsleiding. Kuil V-2 was max. 38 cm diep bewaard onder het postmiddeleeuwse wegtracé, kuil V-3 nog 20 cm diep. De sporen hebben een vrij homogene donkergrijze vulling. Kuil V-2 leverde 28 Romeinse scherven op: 3 fragm. kruikwaar, 1 fragm. gedraaid oxiderend gebakken aardewerk, 14 fragm. gedraaid reducerend gebakken aardewerk, waarvan 10 fragm. van eenzelfde kom met een geglad oppervlak en een groeflijn op de overgang naar de bodem, 9 fragm. handgevormd aardewerk en 1 fragm. technisch aardewerk. Verder leverde de kuil ook nog een zeer klein fragm. verbrand bot op, 3 fragm. verbrande leem, 5 stukjes ijzer en een natuursteen.