Er werden acht archeologische sporen aangetroffen. Sporen S1, S2, S4 en S8 betreffen grachten waarvan de eerste 3 oost-west georiënteerd waren. Enkel spoor S8 kent een eerder noord-zuid gerichte oriëntatie met in het noorden een afwijking richting het westen. In spoor S4 werd een scherf wit aardewerk (v1) aangetroffen en in spoor S8 een handvat in rood aardewerk (v2). Spoor S1 was ongeveer 5 centimeter diep, terwijl spoor S8 tot op een diepte van ongeveer 15 centimeter ging. Door de wateroverlast konden de overige grachten niet gecoupeerd worden.
De overige 4 sporen betreffen grijsbruin gekleurde kuilen met een onregelmatige vorm. Spoor S6 betreft een klein kuiltje met een doorsnede van 48 cm. In coupe was dit spoor ongeveer 20 cm diep bewaard. Spoor S7 betreft een op het vlak grotere kuil met een doorsnede van ongeveer 54 cm. In coupe was dit spoor slechts 6 cm diep bewaard. Het betreft hier vermoedelijk een natuurlijk spoor. De overige sporen konden wederom door de wateroverlast niet gecoupeerd worden.
Er werden twee vondsten aangetroffen. Het gaat om het deel van een handvat in rood aardewerk met grove inclusies en een witte scherf van een vermoedelijke lensbodem van een kogelpot. Deze laatste is niet hard gebakken en vertoont geen gelijkenissen met Maaslands wit aardewerk of inclusies. Hierdoor kan de datering te plaatsen zijn tussen het einde van de Romeinse periode en de volle middeleeuwen met zeer waarschijnlijk eerder een situering binnen de Karolingische periode.
Auteurs: Plessers, Kevin
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: ARCHEBO bvba