Er kon een duidelijk beeld worden gevormd van de natuurlijke opbouw van de “Sandeshoved”-duin, waarop de stad Nieuwpoort later zou ontstaan. De ondergrond bestond uit eolische zandpakketten met een laagsgewijze structuur, typisch voor duinvorming. Dit natuurlijke duinzand vormde de basis waarop in de middeleeuwen een leeflaag zou ontstaan.
De vroegste menselijke sporen binnen het terrein dateren uit de volle middeleeuwen. Het belangrijkste en tevens oudste spoor is een gracht of poel. Deze structuur werd reeds opgevuld vóór de vorming van de middeleeuwse leeflaag en brandlaag en bevatte aardewerk dat in de 12de eeuw kan worden gedateerd. De gracht/poel wijst op vroeg gebruik van het terrein, mogelijk in een fase waarin het gebied nog maar pas werd ingericht of ontgonnen. De opvulling toont een gelaagd proces van inspoeling, zandafzetting en latere vullingen met organisch materiaal en scherven, wat wijst op langdurig gebruik en natuurlijke processen.
Over het volledige terrein werden vervolgens een leeflaag/stabilisatielaag en een brandlaag aangetroffen.
De leeflaag is opgebouwd uit donkergrijs zand gemengd met organisch materiaal en bevatte gebruiksaardewerk van tussen de 11de en 14de eeuw. Het gaat om grijs en rood aardewerk. Eén scherf had een typische sikkelvormige rand, wat in Vlaanderen voorkomt tussen de 11de en 13de eeuw. De aardewerkfragmenten zijn sterk gefragmenteerd maar geven een duidelijk chronologisch kader.
Boven deze leeflaag lag een compacte, houtskoolrijke brandlaag. Deze kan wijzen op een lokale of grootschaligere brand in de middeleeuwse stadskern. Bovenop beide lagen is opnieuw een pakket stuifzand gevormd, wat suggereert dat het terrein na de brand tijdelijk in onbruik raakte waardoor natuurlijke duinvorming de bovenlaag kon herstellen.
Gezamenlijk tonen deze lagen aan dat het terrein deel uitmaakte van de vroege stedelijke ontwikkeling van Nieuwpoort, die volgens historische bronnen in de late 12de eeuw ontstond op de zandige duinrug Sandeshoved.
Drie jongere kuilen verstoren de brandlaag en leeflaag verstoren, waarschijnlijk uit de late middeleeuwen. De bovenste vulling van één opvallende kuil bestaat volledig uit kokkelschelpen. Dit duidt op afval van voedselverwerking, perfect passend binnen een middeleeuwse havenstad met een sterke visserij- en maritieme traditie.
Nog twee kuilen, bevatten lichtbruin zandig sediment en verspreide aardewerkfragmenten. Deze drie kuilen met consumptie- en afvalsporen wijzen op huishoudelijke en ambachtelijke activiteit tijdens de opbouw van de stad Nieuwpoort in de late middeleeuwen.
De bovenste 1 à 1,5 meter van het terrein bleek sterk verstoord door recente bebouwing, bestaande uit kelders, funderingsresten, muurwerk en sloopafval. Tijdens het archeologisch onderzoek waren enkel nog de uitbraaksporen zichtbaar van de bovengrondse structuren die voordien nog konden worden gedateerd zowel in de 16 tot 18de eeuw als in het interbellum op basis van de baksteenformaten (bevindingen A. Lehouck).
Auteurs: Demerre, Ine; Verhaeghe, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)