De opgraving leverde honderden sporen op daterend uit de metaaltijden, late middeleeuwen, nieuwe en nieuwste tijd. De concentratie sporen in de noordelijke en westelijke zone van de opgravingsput suggereert dat de bewoningssite zich nog verder uitstrekt. De gebouwen uit de metaaltijden bevinden zich voornamelijk in het noorden.
Het vondstmateriaal kan onderverdeeld worden in handgevormd en gedraaid aardewerk, metaal, natuursteen, bouwkeramiek, glas en houtskool. 154 vondstnummers werden uitgeschreven, inclusief houtskool- en bulkstalen.
Uit de metaaltijden zijn 3 vierpalige spiekers en 3 zespalige spiekers afkomstig. Vijf van deze structuren kunnen op basis van overeenkomst in vorm, aflijning en vulling met een 14C gedateerde structuur in de middenijzertijd worden geplaatst. Een zesde spieker heeft een licht andere oriëntatie en vulling en kan bijgevolg een andere datering hebben, maar een datering in de metaaltijden is aannemelijk. Twee van de gebouwen zijn gedateerd op basis van radiokoolstof.
Verder kunnen nog 95 paalkuilen en 26 kuilen gedateerd worden in de metaaltijden. Slechts een aantal daarvan bevatten aardewerk. De rest is op basis van vorm, aflijning en vulling gedateerd. Helaas kunnen de paalkuilen niet aan een gebouwplattegrond of andere structuur worden gekoppeld, hoewel deze er wel moeten zijn geweest. Ook de functie van de kuilen is onduidelijk.
Twee greppels bevatten naast handgevormd aardewerk ook laatmiddeleeuws aardewerk. Dat aardewerk is wellicht intrusief. Het is mogelijk dat deze greppels als erfafscheiding fungeerden.
Vijftien paalkuilen worden als laatmiddeleeuws aanzien, 3 op basis van vondstmateriaal, de rest op basis van vulling, de grootte en de duidelijke aflijning. Ze bevinden zich verspreid over het terrein. Er kan echter geen gebouwplattegrond worden herleid.
Kuilen zijn eveneens aanwezig verspreid over het terrein. De vulling is gevlekt bovenaan en onderaan homogeen. Vijftien kuilen bevatten laatmiddeleeuws aardewerk. Negentwintig andere vertonen een zeer gelijkaardige vulling. Hun functie is onduidelijk.
De palen en kuilen duiden op menselijke aanwezigheid op het terrein, alleen blijft de aard hiervan onduidelijk. Er zijn geen hoofd- of bijgebouwen aangetroffen.
Verschillende elkaar snijdende greppels lopen parallel aan en haaks op perceelsgrenzen van de Atlas der Buurtwegen. Het gaat wellicht om drainagegreppels.
Een andere greppel loopt van noordoost tot zuidwest over het terrein en kent plaatselijke verbredingen.
Enkele paalkuilen (12) en kuilen (27) zijn ook aan deze periode toegewezen op basis van vondsten, vulling en aflijning.
Auteurs: Zeebroek, Inge
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)