is aangeduid als gebied geen archeologie, gewestelijk Gebied 17896
Deze aanduiding wordt geldig vanaf
In totaal werden tijdens de opgraving 24 sporen gedocumenteerd. Enerzijds zijn er de harde bakstenen structuren uit de late middeleeuwen of postmiddeleeuwse periode, zoals muren, vloeren, beer- en waterputten, en anderzijds de grondsporen, met name kuilen. De kuilen werden aangetroffen op het niveau van de moederbodem en worden geïnterpreteerd als paal- of afvalkuilen. De kuilen dateren vermoedelijk allemaal in de volle en late middeleeuwen. Op basis van het aardewerk kunnen de oudste gedateerd worden in 10de-11de eeuw.
Deze sporen getuigen van bewoning.
Enkele oudere cultuurlagen zijn mogelijk ouder maar bevatten geen vondstmateriaal.
Dertien kuilen tekenen zich af in de moederbodem. Acht kuilen zijn mogelijk afval- en/of zandextractiekuilen en 5 andere zijn, op basis van het profiel, als paalkuil te interpreteren. Eén kuil bevatte dierlijk botmateriaal en aardewerk dat ten vroegste wordt gedateerd in de 10de-11de eeuw.
De bakstenen structuren zijn op basis van de bouwmaterialen, stratigrafie en insteken gedateerd. Het betreft 3 muren, 2 beerputten, 2 waterputten, en een keldervloer. Onder de keldervloer bevonden zich 2 waterputten en een fundering. De oudste structuren zijn een muur en een poer die in de 14de-15de eeuw kunnen worden geplaatst.
Auteurs: Zeebroek, Inge; Terryn, Ben
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)