In het noordwestelijk deel van het onderzoeksgebied werd een duidelijke sporenconcentratie aangetroffen die dateert uit de Late IJzertijd tot Vroeg‐Romeinse periode. De sporen (voornamelijk paalkuilen) en schaarse aardewerkvondsten wijzen op bewoning of erven in rurale context.
De Romeinse sporen (paalkuilen, mogelijke kuilen en greppels) sluiten ruimtelijk en functioneel aan bij gekende Romeinse sites in de ruime omgeving. Ze suggereren een voortzetting of hergebruik van het terrein in de Romeinse periode, mogelijk in een agrarische nederzettingscontext.
Het zuidelijke deel van het terrein leverde een uitgesproken sporenconcentratie op die aansluit bij een aangrenzend eerder opgegraven erf uit de Volle Middeleeuwen. De sporen wijzen op bewoning en infrastructuur (paalkuilen, greppels, waterput, karrensporen). Deze zone vormt het kerngebied van de aangetoonde meerperiodensite op drogere ruggen binnen een nat landschap.
Auteurs: Doucet, Alexander; Demerre, Ine
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)