Binnen het projectgebied werd een begraven, in situ bewaarde steentijdvindplaats aangetroffen, te situeren in het mesolithicum. Deze bevindt zich in de noordelijke sector van het terrein, binnen een duidelijk afgebakende aardkundige context (bodemspoor S4), geïnterpreteerd als een plateau of microdepressie op de zuidgerichte flank van een heuvelrug, afgedekt door een dikke antropogene bovengrond (tot ca. 70 cm).
De vindplaats omvat een locus met lithische artefacten en verkoolde ecofacten, aangetroffen binnen een beperkt areaal van maximaal 3 m2, maar gelegen in een ruimere paleobodemzone van ca. 910 m2. In totaal werden 11 lithische artefacten ingezameld, vervaardigd uit wommersomkwartsiet (n=4) en vuursteen (n=7). Diagnostisch zijn twee microklingfragmenten in wommersomkwartsiet, waarvan één onverbrand exemplaar met regelmatige afslagstijl en parallelle dorsale littekens, wat wijst op een laatmesolithische datering.
De hoge verbrandingsgraad van het lithisch materiaal, samen met de aanwezigheid van talrijke houtskoolfragmenten, duidt op vuurgerelateerde activiteiten. De vindplaats wordt geïnterpreteerd als een kleinschalige kamplocatie, mogelijk met één of meerdere (latente) haardplaatsen. De archeologische context geldt als kwalitatief en kennisrijk, met een hoog potentieel voor aanvullende informatie bij verder onderzoek.
Naast de mesolithische vindplaats werden enkele geïsoleerde bodemsporen aangesneden, zonder bijhorend vondstmateriaal en dus zonder richtinggevende datering. Het betreft onder meer een kuil en segmenten van greppels. Deze sporen worden beschouwd als off‐site en geïsoleerd, zonder duidelijke functionele samenhang en met een beperkt archeologisch kennispotentieel.
Auteurs: Van Liefferinge, Nick
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Studiebureau Archeologie