Uit het landschappelijk bodemonderzoek bleek dat het terrein een A/C-profiel vertoont met een dikke antropogene A-horizont en daaronder een zandige C-horizont op een diepte van 35 tot 95 cm. Er werd geen paleobodem aangetroffen, wat betekent dat het potentieel voor goed bewaarde steentijdsites laag is. Er werden geen verstoringen vastgesteld in de boorprofielen, behalve in zones met verharding. Op basis van deze resultaten werd besloten dat een steentijdtraject niet nodig is, maar dat een proefsleuvenonderzoek moest volgen om eventuele grondsporensites op te sporen.
Het proefsleuvenonderzoek bevestigde de bodemopbouw en bracht vier antropogene sporen aan het licht: twee greppels die vermoedelijk dateren uit de 16de–17de eeuw en mogelijk verband houden met perceelsindeling, en twee sporen uit de periode van de Eerste Wereldoorlog, waaronder een greppel en een kuil waarin munitie werd aangetroffen. Deze sporen werden geïnterpreteerd als gerelateerd aan militaire activiteiten in de omgeving tijdens het slotoffensief van 1918.
Er werden geen vondsten van archeologische waarde ingezameld en er zijn geen aanwijzingen voor nederzettingssporen of funeraire contexten. De bewaringstoestand van de sporen is goed, maar hun kennispotentieel is zeer beperkt.
Auteurs: Decramer, Ward
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Terra Engineering & Consultancy (TEC)