is aangeduid als gebied geen archeologie, gewestelijk Gebied 17916
Deze aanduiding wordt geldig vanaf
De site Hofakker bracht tijdens een vlakdekkende opgraving 466 antropogene sporen aan het licht: paalkuilen, greppels, waterputten/-kuilen, afvalkuilen, wegtracé/karrensporen en kuilen. De sporen zijn als bewonings- of nederzettingssporen te interpreteren en dateren uit de ijzertijd, vroeg-Romeinse periode en volle middeleeuwen. Er kunnen minstens 25 structuren herkend worden. Het gaat daarbij vermoedelijk om zeven hoofdgebouwen, drie grotere bijgebouwen en 17 spiekers. Deze bevinden zich verspreid over het terrein. Het terrein ligt op een dekzandrug. Er werd een prehistorische depressie aangetroffen, gevuld met venige lagen die vondsten bevatten uit het paleolithicum, mesolithicum, neolithicum, de ijzertijd, de Romeinse periode en de middeleeuwen.
De paalkuilen uit de ijzertijd omvatten minstens drie hoofdgebouwen, twee grotere bijgebouwen en 15 spiekers. Eén hoofdgebouw (H1) is typologische in te delen onder het type Haps/Oss-Ussen 4, te dateren op de overgang tussen vroege ijzertijd en midden ijzertijd. Een tweede hoofdgebouw (H2) betreft een éénbeukig rechthoekig woonstalhuis. Een derde hoofdgebouw (H3) is een tweebeukig gebouw, waarschijnlijk van van het type Oss-Ussen 5, waarbij de wandpalen ontbreken. De structuren H2 en H3 worden in de late ijzertijd gedateerd op basis van het gevonden aardewerk en 14C-analyse. Naast de hoofdgebouwen werden ook minstens twee grotere bijgebouwen en 15 spiekers aan het licht gebracht die in de ijzertijd te plaatsen zijn. Binnen de spiekers zijn er 12 4-palige en drie 6-palige structuurtjes te herkennen. Er werden in totaal 101 wandscherven, 7 randen, 16 bodemfragmenten en één weefgewicht teruggevonden. Het aardewerk is handgevormd en over het algemeen gemagerd met chamotte of schervengruis, mica/zand en organische verschraling. Een aantal scherven zijn besmeten qua afwerking. Andere zijn versierd met lijn- of spatelindrukken en vingertop- of nagelindrukken.
Uit de vroeg-Romeinse periode (1ste eeuw na Chr.) dateren minstens een hoofdgebouw (H4), met bijhorend bijgebouw (B3). Mogelijk zijn ook twee 4-palige spiekers in deze periode te plaatsen en gelijktijdig met de gebruiksfase van het hoofdgebouw. Het hoofdgebouw kan als een type ‘Alphen-Ekeren’ geïnterpreteerd worden, een type uit de late ijzertijd en vroeg-Romeinse periode. In de paalkuilen van het hoofd- en bijgebouw werd Romeins aardewerk teruggevonden, wat wijst op een datering de 1ste eeuw. Er zijn 21 aardewerkvondsten uit de Romeinse periode, aangetroffen in de de paalkuilen van structuren H4 en B3, voornamelijk handgevormd aardewerk en in mindere mate gedraaide waar. Het gedraaid aardewerk is in te delen onder oxiderend gebakken Lowlands Ware, dolia-achtige waar, witbakkend aardewerk en Belgische waar. Het gaat voornamelijk om wandscherven (n=17), maar ook drie randen en één bodem.
Uit de volle middeleeuwen dateren drie zgn. bootvormige gebouwen. Gebouwen H5 en H6 hebben beduidend grotere paalkuilen dan gebouw H7. Vermoedelijk betreft het dan ook gebouwen uit verschillende perioden. Een doorsnijding van een waterput (S100), vermoedelijk gelinkt aan de gebruiksfase van gebouw H6, met gebouw H5, wijst op een fasering van deze twee gebouwen. Het dendrochronologisch onderzoek van het hout uit de waterput geeft een datering in de eerste helft van de 11de eeuw (ca. 1020-1037). Er werden in totaal 27 scherven ingezameld uit de volle middeleeuwen, afkomstig uit de sporen rond en van de gebouwplattegronden. Het gaat daarbij voornamelijk om Maaslands aardewerk. Daarnaast komt Rijnlands aardewerk, grijsbakkend aardewerk, protosteengoed en scherven in een lokaal baksel voor. Het gaat voornamelijk om wandscherven (n=25), maar ook één bodem en een fragment van een oor.
Uit de late/post-middeleeuwen dateren vermoedelijk een drietal greppels. In het westelijke deel van het onderzoeksgebied is een zone vastgesteld waar zich karrensporen bevinden. Deze karrensporen lopen van noord naar zuid en duiden op een wegtracé, vermoedelijk uit de 19de eeuw.
Auteurs: Pepermans, Jeska; Bouckaert, Kevin; de Ruiter, Celine
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Indar