is aangeduid als gebied geen archeologie, gewestelijk Gebied 17926
Deze aanduiding wordt geldig vanaf
In het kader van een geplande ontwikkeling vwerd een vlakdekkende opgraving van 4658m2 uitgevoerd. De aanwezigheid van een archeologische vindplaats werd vastgesteld in de zuidelijke helft van het onderzoeksgebied. De voornaamste sporen en structuren dateren uit de Romeinse periode en de volle middeleeuwen. Er is natuurwetenschappelijk onderzoek uitgevoerd: dendrochronologische analyse, pollenanalyse en macrobotanie.
Er werd een aantal greppels onderzocht dat wellicht in de Romeinse periode te plaatsen is. Romeinse bewoningssporen ontbraken echter. Het lijkt te gaan om grachtsegmenten behorende tot een landindelingssysteem.
Het merendeel van het sporenbestand dateert in de volle middeleeuwen en omvat bewoningssporen die toebehoren aan gefaseerde erven met een vrij gestructureerde opbouw. In totaal gaat het om 3 driebeukige hoofdgebouwen, 3 waterputten, een spieker, een groot bijgebouw (mogelijke stal), en verschillende andere kuilen, greppel- en grachtsegmenten. De oudste bewoningfase is te plaatsen vanaf het midden van de 11de eeuw. De twee erven hierop volgend lijken ook in de 12de eeuw nog bewoond te zijn geweest. Doordat de kapdata van de waterputten telkens ongeveer 20 jaar verschillen, wordt gedacht aan een opeenvolgend generationeel gebruik. Het is ook duidelijk dat het westelijke woonerf zich nog verderzette in westelijke richting, buiten de grenzen van het opgravingsvlak. Opvallend is dat de natuurwetenschappelijke resultaten duiden op een sterke terugval van het aanwezige eiken-beukenbos in de decennia na de bewoning begon op de site. De volmiddeleeuwse bewoningssporen kaderen dan ook wellicht in de intensivering van de ontginning van het Vlaamse platteland vanaf de 11de eeuw, een fenomeen dat ook op een nabijgelegen site werd vastgesteld.
Enkele grachten behoren tot de postmiddeleeuwen. Gracht 0173 die het plangebied centraal doorkruist volgens een N-Z oriëntatie valt te herkennen
op de Ferrariskaart uit 1777 als een vrij aanzienlijke afwateringsgracht richting de Durme.
Bron: Malfliet L. & Hoorne J. 2025 :Lokeren - Zelebaan. Eindverslag archeologische opgraving mei-juli 2023, DL&H-Rapport 60, Adegem.
Auteurs: Malfliet, Lisa
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: De Logi & Hoorne bvba