Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden zeven greppels en één paalkuil aangetroffen in het zuidwestelijke deel van het plangebied. De sporen bevatten geen vondstmateriaal en konden daardoor niet nauwkeurig worden gedateerd. Op basis van hun ligging, vorm en stratigrafische positie worden de greppels geïnterpreteerd als mogelijke afwateringsgreppels of sporen van landbouwactiviteiten uit de nieuwe tijd of later.