Uit het landschappelijk bodemonderzoek bleek dat de kans op het aantreffen van een goed bewaarde prehistorische artefactensite beperkt was. De aanwezigheid van een sporensite kon echter niet worden uitgesloten.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden in totaal 21 sporen geregistreerd. Naast drie natuurlijke sporen werden vijf kuilen en dertien mogelijke paalkuilen aangetroffen. Een deel van deze sporen vertoonde een clustering ter hoogte van de zuidwestelijke grens van het onderzoeksgebied. Aangezien geen archeologische vondsten werden ingezameld, was een relatieve datering van de sporen niet mogelijk.
Auteurs: Mathys, Greet
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)