Tijdens het onderzoek werden twee verschillende bodemtypes aangetroffen: een A-C-profiel (met ploeglagen) in het zuiden, westen en oosten, en een A-B-C-profiel met een gedeeltelijk bewaarde podzolbodem in het noordoosten. In het zuidelijke deel van het terrein werden zes sporen gevonden, waarvan één met zekerheid als paalkuil kon worden geïnterpreteerd. Daarnaast werden twee fragmenten handgevormd aardewerk uit de metaaltijden aangetroffen in een oude ploeglaag. Er werden geen structuren of andere archeologisch waardevolle vondsten gedaan.
De resultaten wijzen erop dat het terrein vermoedelijk al in de metaaltijden als landbouwgrond werd gebruikt. Door latere landbouw en bebouwing is de bodem in grote delen van het terrein verstoord en afgetopt, waardoor slechts lokaal nog oude bodemlagen bewaard zijn gebleven. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van archeologische sites binnen het onderzochte gebied. Het kennisvermeerderingspotentieel wordt daarom als zeer laag ingeschat en verder archeologisch onderzoek is niet nodig.
Auteurs: Debontridder, Tom
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Indar