De meest significante archeologische resultaten behoren waarschijnlijk tot de middeleeuwse periode. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden in de oostelijke zone verschillende greppels, kuilen en mogelijke paalkuilen aangetroffen. Deze sporen concentreren zich vooral in werkputten 3, 4, 16, 17, 18 en 19 en vormen een duidelijk afgebakende archeologische vindplaats.
De belangrijkste vondstcontext betreft spoor 4, een V-vormige greppel of gracht waarin acht wandscherven en een randfragment van een kogelpot in grijs aardewerk werden aangetroffen. Deze vondsten dateren uit de Volle Middeleeuwen. Daarnaast leverde spoor 16 een concentratie van zeventien scherven grijs aardewerk op, waaronder kraagranden en versierde wandscherven. Ook uit spoor 20 werd een randscherf grijs aardewerk gerecupereerd.
Hoewel geen gebouwplattegronden of andere structuren konden worden herkend, wijzen de concentratie van sporen en de hoeveelheid aardewerk op een archeologische site uit de Romeinse tijd en/of de Middeleeuwen.
Auteurs: Belis, Brent
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: VLAAMS ERFGOED CENTRUM bvba (VEC)