is aangeduid als gebied geen archeologie, gewestelijk Gebied 17904
Deze aanduiding wordt geldig vanaf
Verspreid over het onderzoeksgebied komen verschillende archeologische waarden voor in de ondergrond. Het merendeel van de sporen bevindt zich op de oostelijke helft van het terrein. In deze sporencluster kunnen echter geen structuren herkend worden. Het terrein is ook deels verstoord door postmiddeleeuwse bouwactiviteiten.
De oudste restanten die tijdens de opgraving werden aangetroffen dateren uit het neolithicum/bronstijd. Het betreft een paalkuil waarin een zandstenen loper of klopper werd aangetroffen met enkele fragmenten handgevormd aardewerk dat op basis van kleur en verschraling gedateerd kan worden vanaf het midden-neolithicum tot en met de midden-bronstijd. De overige restanten uit deze periode omvatten enkele stukken aardewerk die ofwel als opsit of als losse vondst geïnterpreteerd kunnen worden. Door de zeer beperkte hoeveelheid vondstmateriaal uit deze periode kunnen echter moeilijk bijkomende conclusies getrokken worden. In de brede omgeving werden uit deze periode geen andere sporen/vondstmateriaal aantroffen.
Ook uit de Romeinse periode werd een zeer beperkte hoeveelheid archeologische restanten aangetroffen. In de ruime omgeving zijn wel al enkele archeologische resten uit deze periode gekend. Dit doet wel vermoeden dat er in deze periode reeds menselijke activiteiten hebben plaatsgevonden in de omgeving. De hoeveelheid restanten die op het onderzoeksgebied werd aangetroffen (mogelijks vier kuilen) is echter te beperkt om te achterhalen wat voor activiteiten dit waren.
Op basis van 14C werd een spieker (structuur 3) gedateerd in de vroege middeleeuwen. Deze structuur is echter het enige restant dat in deze periode gedateerd kan worden. Ook hier kunnen dus geen bijkomende interpretaties uitgehaald worden.
Het merendeel van de aangetroffen archeologische resten kunnen in de volle middeleeuwen gedateerd worden. Hoewel er geen duidelijke plattegronden herkend kunnen worden wijzen de archeologische resten eerder op de aanwezigheid van een agrarische nederzetting. Er zijn in de brede omgeving reeds gekende sites uit deze periode waarbij deze opgraving aansluit bij het reeds gekende beeld dat er in de (brede) omgeving menselijke bewoning was in de volle middeleeuwen.
Binnen het projectgebied zelf waren echter ook grootschalige verstoorde zones aanwezig. Deze zijn waarschijnlijk te linken aan de industriële activiteiten uit het recente verleden. Deze postmiddeleeuwse activiteiten zullen een deel van de site verstoord hebben. Dit betekent dat er weinig ruimtelijk zicht is en eventuele gebouwplattegronden mogelijk niet meer zichtbaar zijn omdat er sporen ontbreken door lokale verstoringen. Het is dus mogelijk dat de nederzetting binnen de contouren van het projectgebied oorspronkelijk groter was.
Één van de post middeleeuwse sporen omvat een greppel in geel rijnzand waarbij dwars op de greppel houten balken werden geplaatst en waarbij om de ca. 5 à 5,5 m vierkante uitbreidingen werden gegraven. Een mogelijke interpretatie is dat deze structuur een oude spoorwegtak is ten tijde van de Eerste Wereldoorlog aangezien er ten zuiden van het projectgebied een Duits kampement was gelegen. Door de subrecente aard van het spoor is het echter zeer moeilijk te achterhalen of deze structuur gedateerd kan worden in de Eerste Wereldoorlog of toch eerder deel uitmaakt van de latere fabriek die op het terrein stond.
Auteurs: Fonteyn, Annelies; Claessens, Sara
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Studiebureau Archeologie