is aangeduid als gebied geen archeologie, gewestelijk Gebied 17905
Deze aanduiding wordt geldig vanaf
De aanleiding van het vervolgonderzoek, met name een opgraving, is de geplande ontwikkeling van een sociale woonwijk ter hoogte van de Hazeputstraat te Lubbeek (prov. Vlaams-Brabant). Tijdens de vlakdekkende opgraving werden in totaal 27 archeologische sporen aangeduid en beschreven. De meeste sporen zijn van antropogene oorsprong. Zes sporen bleken na het couperen ervan van natuurlijke oorsprong. Het gaat daarbij om sporen van bioturbatie en een boomval. Daarnaast werden nog eens vijf boomvallen ingemeten. De archeologische sporen kunnen globaal in volgende categorieën opgedeeld worden: kuilen, (afval)kuilen, ontginningskuil en greppels.
18 sporen kunnen niet verder gedefinieerd worden als ‘kuil’. De betekenis en de functie van deze sporen is dan ook onduidelijk. De meeste van deze kuilen zijn op basis van het aardewerk, de 14C-datering én de gelijkaardige opvulling in de ijzertijd te dateren. In veel gevallen gaat het om de onderkant van de kuil die in sommige gevallen enkel nog rest in niet veel meer dan bioturbatie. Drie kuilen bevatten dusdanig veel houtskool en verbrande leem dat ze mogelijk in verband te brengen zijn met ambachtelijke of artisanale activiteiten. Welke deze waren is niet duidelijk. Twee andere kuilen leverden vrij veel aardewerk op waardoor ze mogelijk te interpreteren zijn als afvalkuilen. De 14C-analyse van houtskoolstalen uit twee (artisanale) kuilen leverde enerzijds een datering op tussen 422 en 358 v. Chr. (85,8%) en anderzijds tussen 387 en 201 v. Chr. (95,4%). Beide stalen geven dus een datering in de midden-ijzertijd (450-250 v. Chr.) of het begin van de late ijzertijd (250-57 v. Chr.). Deze datering komt overeen met het gebouw dat reeds werd aangetroffen bij een eerder onderzoek (ID 3178) grenzend aan het zuidelijke deel van onderhavig onderzoeksgebied.
Drie kuilen en een L-vormige greppel zijn duidelijk recenter dan de meeste andere kuilen. Hierin werden zeer sterk verhitte/gesinterde ijzerslakjes gevonden. De mate van verhitting is pas in recentere perioden mogelijk. Deze sporen zijn op basis hiervan wellicht in de post-middeleeuwse periode te dateren. Daar waar de kuilen uit de ijzertijd eerder opgevuld zijn met een grijze vulling zijn deze in de post-middeleeuwse periode eerder opgevuld met een bruine vulling. De drie kuilen bevinden zich daarenboven binnen de zone die door de greppel wordt afgebakend. In het noordelijke deel van werkput 1 werd een groot onregelmatig spoor aan het licht gebracht. Het gaat hier wellicht om een ontginningskuil voor de winning van zand. Ook deze ontginningskuil is in de post-middeleeuwse periode te plaatsen.
Auteurs: Bouckaert, Kevin
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: ARCHEBO bvba