Het verkennend archeologisch booronderzoek leverde geen lithische artefacten op; een vermeend artefact in boring bleek na detailanalyse van natuurlijke oorsprong te zijn (te verklaren door natuurlijke grindbijmenging). Tijdens het proefsleuvenonderzoek werd vastgesteld dat uitsluitend in het uiterste noordwesten een gaaf bewaarde podzolbodem aanwezig is (Zbg1t op eolisch dekzand). Het overige terrein bestaat uit een natte zandbodem zonder profielontwikkeling met toplaagvervening (Zfp). Er werd slechts één klein rond spoor (diameter 25 cm, komvormige doorsnede) geregistreerd; door het ontbreken van vondstmateriaal is de oorsprong (antropogeen of natuurlijk) onduidelijk. Er werden enkele recente afwateringsgreppels uit de periode 2000-2003 aangetroffen. Er werden geen mobiele vondsten ingezameld noch stalen genomen.
Auteurs: Driesen, Petra; Gythiel, Thomas
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)