In totaal zijn 51 sporen geattesteerd verspreid binnen het projectgebied. We zien een duidelijke antropogene aanwezigheid binnen het terrein.
Binnen een profiel in werkput 2 werd een clustering van menselijk botmateriaal opgemerkt (individu 3). Het gaat hier om ribfragmenten, fragment van een arm alsook een stuk leer. In dit pakket bevindt zich ook nog een kanonskogel. Qua opbouw en samenstelling kan hier gedacht worden aan een wal. Wanneer dit wordt geprojecteerd t.o.v. de historische kaarten (1641) bevindt het projectgebied zich aan de oostgrens van een omwalling. Dit pakket wordt oversneden door vergravingen uit de vroege nieuwste tijd waaronder muurrestanten, een kelder en een waterput. De link met de antropogene uitgraving spoor 37 kon door de aanwezigheid van de cluster menselijke resten niet gemaakt worden. In deze brede uitgraving van een 4tal meter die parallel loopt met de wal konden op de bodem (+2,53 m TAW) nog een fragment los bot (hielbeen), een fragment van een kanonsbal en aardewerk ingezameld worden. De bodem van deze uitgraving kent een 20 cm dik kleiig opvullingspakket waarbinnen deze vondsten zich ophouden.
Het aardewerk is een beperkte vondstcategorie en kan geplaatst worden in het begin van de nieuwe tijd. In totaal 12 stuks zijn ingezameld in één context in werkput 2. Binnen dit vondstnummer kennen we de aanwezigheid van het grijs aardewerk (1 wandscherf), het rood aardewerk (5 stuks; pan, teil, bord) en majolica (6 randfragmenten bord). Herkende vormtypen behoren tot de functionele categorie tafelservies en opslag toe. De context kan gedateerd worden in de 16e-vroege 17e eeuw n.Chr.
De oostelijke en centrale zijde van werkput 1 worden gedomineerd door de aanwezigheid van kelders uit de nieuwste tijd. De vorm van de tegels gecombineerd met de metselstijl en gebruikte harde kalkmortel wijzen op een gebruik in de 2e helft van de 19e eeuw tot in de 20e eeuw met een opgave in de 2e helft van de 20e eeuw. De onderkant van de fundering laat zich kenmerken door een uitstaande drie bakstenen hoge rij waarvan halve bakstenen zijn gebruikt (20x10-5,5 cm). Onder deze fundering bevindt zich een horizontaal 10 cm dik pakket dat kan gezien worden als de funderingssleuf.
Op vlak 4 onder de keldervloer en de funderingssleuf bevindt zich nog een kuil. De vulling toont een sterke aanwezigheid van gebroken bouwpuin en ceramiek te plaatsen in de 2e helft van de 19e en begin van de 20e eeuw. Het dateert zo ook de bovenliggende aangelegde kelder.
Nog op dit vlak (vlak 4) en ook geregistreerd in profiel 1 bevindt zich een waterput. De bakstenen gebruikt voor de opbouw van de put zijn een 22x10x5 cm. De put kent een duidelijke afbraak voor de aanleg van de kelders. De bakstenen zijn circulair opgesteld zonder aanwezigheid van bindmiddel. De sterk humeuze vulling toont een sterke aanwezigheid van gebroken bouwpuin. In de opvulling van de put bevindt zich faience fines en glas te plaatsen in de nieuwste tijd.
Net naast de muur bevindt zich ook een sterk gemengd pakket afkomstig van een uitgebroken kelder met daarin een kuil. De kuil kan op basis van de vulling en de vondsten geplaatst worden in de 2e helft van de 19e eeuw.
Er werden ook twee inhumatiegraven aangetroffen.
Auteurs: Deconynck, Jasper; Cruz, Frédéric; Van Caenegem, Rune; Malerba, Belén
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)