De belangrijkste archeologische resten kunnen in de Volle Middeleeuwen worden geplaatst. Het gaat om een nederzettingssite die bestaat uit twee clusters van paalsporen, geïnterpreteerd als de resten van houten gebouwstructuren. Hoewel de paalsporen door aftopping van het terrein slechts beperkt bewaard zijn gebleven, waren ze nog voldoende duidelijk zichtbaar om als bouwelementen van houtbouw te worden herkend. De paalsporen kenmerken zich door een vrij scherpe insteek in het natuurlijke sediment en een donkerbruine, humusrijke vulling. Ook enkele afzonderlijke sporen buiten de concentraties vertonen dezelfde kenmerken en worden daarom eveneens als mogelijke paalsporen beschouwd.
De nederzetting werd gedeeltelijk omgeven door een ovale tot niervormige grachtstructuur. Deze gracht is duidelijk afwijkend van de latere perceelsindelingen en vormde vermoedelijk een afbakening van het nederzettingsareaal. Bij het onderzoek van de gracht werd grijs aardewerk aangetroffen dat in de Volle tot Late Middeleeuwen kan worden gedateerd. Daarnaast werden in een nabijgelegen greppel enkele aardewerkfragmenten gevonden waarvan minstens één exemplaar typochronologisch in de Volle Middeleeuwen kan worden geplaatst. Samen met de paalsporen en de omgrachtig vormen deze vondsten sterke aanwijzingen voor een middeleeuwse bewoningsfase.
Auteurs: Pieters, Hadewijch; De Smaele, Bart
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)