Naar aanleiding van een grootschalige verbouwing en uitbreiding van de school werd een vergunningsaanvraag ingediend. Dit moest voorafgegaan worden door een archeologisch vooronderzoek. Tijdens het proefsleuvenonderzoek kwam aan het licht dat er een hoge densiteit aan Romeinse sporen zaten. Behoud in situ was niet mogelijk. Hierdoor werd een vlakdekkende opgraving opgelegd.
De archeologische opgraving toonde een hoge densiteit aan sporen en structuren op het terrein aan.
De oudste structuur die werd aantroffen, lijkt in de middenijzertijd geplaatst te mogen worden en bevindt zich in het noordoosten van het terrein. Er werd een duidelijke gebouwplattegrond aangetroffen. Het gaat om een relatief klein, vierbeukig gebouw van het type Oss‐Ussen 2B, een bouwwijze die typisch is voor de metaaltijden. De constructie is herkenbaar aan zijn wandgreppels en vrij grote dragende palen. Dankzij 14C‐dateringen kan deze structuur overtuigend in de midden‐ tot late ijzertijd worden geplaatst.
Vlakbij lag een tweede, merkwaardige structuur die moeilijk in bestaande typologieën past. De plattegrond wordt gekenmerkt door paren palen die mogelijk wijzen op een herstelfase of een technische ingreep om het gebouw te stabiliseren. De datering van deze structuur blijft onzeker: 14C‐resultaten geven zowel ijzertijdfasen als Romeinse waarden, mogelijk door menging van houtskool. Door de bijzondere vorm en afwezigheid van directe parallellen blijft de interpretatie open, met zelfs de hypothese van een niet‐woonfunctie, bijvoorbeeld een religieuze of ceremoniële structuur.
De meeste structuren die aan het licht kwamen, kunnen in de Romeinse periode gedateerd worden. Er werden verschillende gebouwstructuren gevonden. Het gaat om hoofdgebouwen en om bijgebouwen. De meeste gebouwen blijken elkaar te respecteren.
Naast een woonfunctie zijn er ook duidelijke aanwijzingen voor landbouwactiviteiten en voor veeteelt. Verder werden ook verschillende metaalslakken aangetroffen, die lijken te wijzen op ambachtelijke activiteiten in de buurt van de opgravingszone. Binnen het onderzoeksgebied zelf zijn echter geen duidelijke sporen van ambachtelijke activiteiten aangetroffen. Er werd een gebouwplattegrond gevonden, waarvoor er momenteel geen vergelijkingsmateriaal is gevonden. In combinatie met de mogelijke aanwezigheid van een infiltratiekuil wordt de vraag gesteld of de structuur misschien een religieuze functie kende.
Dit alles wijst op een goed uitgeruste landbouwnederzetting, mogelijk met economische of regionale betekenis.
Het is echter duidelijk dat de vindplaats zich nog verder uitstrekt buiten de contouren van de opgravingszone. Er is dus zeker nog ruimte voor kennisvermeerdering in geval van bijkomend onderzoek in de omgeving van de onderzochte zone. Wel is duidelijk dat er in de Romeinse tijd in Nijlen meer aan de hand was dan louter verspreide erven waar agrarische activiteiten hebben plaatsgevonden. Er lijkt in Romeins Nijlen ook sprake geweest te zijn van een duidelijke bewoningskern met mogelijk verschillende functies ter hoogte van de Klokkenlaan.
Auteurs: Kennis, Jef; Reyns, Natasja
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: All-Archeo bv