Het landschappelijk booronderzoek registreerde over het gehele terrein een A-C bodemopbouw met een donkerbruine teelaarde (25-60 cm dik) direct op een zandige C-horizont. De afwezigheid van B-horizonten (podzol) wijst op een zeer lage kans op in situ bewaarde steentijdartefactensites. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden 7 archeologische sporen vastgesteld: 4 grachtsegmenten met een donkerbruine vulling met veel baksteenfragmenten, gedateerd in de nieuwe tot nieuwste tijd (19de-20ste eeuw) en 3 ovale/ronde kuilen in de noordoostelijke hoek met een heterogene vulling en onbepaalde (vermoedelijk recente) datering. Het zuidelijke deel van het terrein bleek grotendeels verstoord door voormalige bebouwing. Er werden geen mobiele vondsten gedaan bij de aanleg of het metaaldetectoronderzoek, noch stalen genomen.
Auteurs: Wyns, Gwendy; Bracke, Maarten; Acke, Bert
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)