Verspreid over het terrein zijn verscheidene verstoringen aangetroffen. Deze verstoringen kunnen op basis van de losse, donkere en humeuze vulling, alsook de inmenging van recent hout, plastic, cementmortel etc... als recent geïnterpreteerd worden. De verstoringen zijn waarschijnlijk te linken aan de recent gesloopte bebouwing. In het centrale deel tussen de twee proefsleuven zijn de funderingen en kelderresten van de recent gesloopte bebouwing zichtbaar. De muurresten zijn opgebouwd uit snelbouwbaksteen en cementmortel. Ten zuiden van werkput 2 zijn resten van recente verharding aanwezig met daaronder een recente beerput.
In werkput 1 zijn verschillende sporen aangetroffen die aansluiten bij de reeds opgegraven sporen uit fase 1 van het plangebied. De sporen omvatten verschillende kuilen met telkens een donkergrijsbruine vulling van zandige leem. De inclusies bestaan uit baksteen en houtskool. Alle kuilen dateren aan de hand van het aardewerk, de vulling en inclusies in de (late) middeleeuwen/nieuwe tijd.
In twee van de kuilen is rood geglazuurd aardewerk aangetroffen. Het aardewerk kan ruw gedateerd worden in de (late) middeleeuwen/nieuwe tijd. In een andere kuil is steengoed aangetroffen dat ook in de (late) middeleeuwen/nieuwe tijd geplaatst kan worden.
In werkput 2 zijn vier spoornummers uitgedeeld. Drie sporen bestaan uit muurresten en kunnen gelinkt worden aan de historische/recente bebouwing. Het eerste spoor bestaat uit handsteen, heeft in de bovenste lagen een witgrijze kalkmortel en in de onderste lagen een donkergrijze trasmortel. Het tweede spoor bestaat uit handsteen en heeft dezelfde witgrijze kalkmortel als spoor het eerste. De bovenste laag van de muur/fundering is kops gemetseld en een baksteen breed. De bakstenen van beide muren/funderingen hebben soortgelijke afmetingen van 23x8x7 cm en 25x8x6,5 cm. Aan de hand van de trasmortel onderaan de fundering kan het eerste spoor ruwweg gedateerd worden in de late nieuwe of nieuwste tijd. Het tweede spoor heeft soortgelijke baksteenafmetingen en dezelfde kalkmortel als spoor het eerste waardoor de sporen als gelijktijdig kunnen beschouwd worden. Een derde spoor bestaat uit handsteen en heeft een geelbruine zandmortel met kalkspikkels. De muur/fundering is twee bakstenen breed en is kops-streks gemetseld. De zandmortel van de muur/fundering doet vermoeden dat het spoor in de nieuwe tijd gedateerd kan worden en dus onderdeel is van de historische bebouwing.
Het vierde spoor bestaat uit een ovale kuil met een donkergrijze vulling van zandige leem met houtskool- en baksteeninclusies. Het spoor is voor 5 cm bewaard en heeft een komvorm. Ondanks de afwezigheid van dateerbaar vondstmateriaal kan de kuil waarschijnlijk ook gelinkt worden aan de reeds opgegraven fase 1 van het plangebied.
Sporen S10 en S11 zijn uitgedeeld aan de reeds blootgelegde kelder tussen werkput 1 en 2. Spoor S10 bestaat uit de recente fase van de kelder waarbij cementmortel en industriële bakstenen zijn gebruikt. Deze bakstenen bestaan uit handsteen en zijn met zandmortel met kalkspikkels opgebouwd. In totaal zijn twee bakstenen ingezameld van het spoor S11. Op een van de baksteenstalen is een pootafdruk zichtbaar. De kelderresten zijn ca. 140 cm -mv bewaard.
Auteurs: de Ruiter, Celine; Van Steenlandt, Margo; De Molenaer, Sebastien
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)