Binnen het plangebied werd naar aanleiding van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd.
Om inzicht te krijgen in de bodemopbouw werd eerst een landschappelijk bodemonderzoek uitgevoerd. Het terrein werd onderzocht door middel van 9 landschappelijke boringen. Op basis van de resultaten van het landschappelijk bodemonderzoek, bleek de kans op het aantreffen van nog goed bewaarde steentijd sites laag. De bodemopbouw vertoont over het volledige plangebied een A-C profiel.
Vervolgens werd overgegaan tot de uitvoering van een proefsleuvenonderzoek. Dit onderzoek leverde 28 archeologisch relevante sporen op. Het gaat om paalkuilen, kuilen, grachten en greppels die voornamelijk in de metaaltijden kunnen gedateerd worden. Daarnaast kunnen enkele paalkuilen en kuilen in de nieuw of nieuwste tijd gedateerd worden.
Tijdens het archeologisch vooronderzoek werden 17 vondsten geregistreerd, verdeeld over drie categorieën: aardewerk, steen en metaal. Het aardewerk bestaat uit handgevormd aardewerk, vooral uit paalkuilen, kuilen en greppels die in de metaaltijden (vermoedelijk ijzertijd) worden gedateerd. Daarnaast zijn er enkele fragmenten grijs, geglazuurd rood en wit aardewerk uit de late middeleeuwen tot nieuwste tijd, en een pijpaardesteel uit de nieuwste tijd. Daarnaast werd een stuk natuursteen (conglomeraat) gevonden uit de late middeleeuwen tot nieuwste tijd, en een silex werktuig dat mogelijk prehistorisch is. Tot slot werden enkele metaalbrokken aangetroffen in een paalkuil uit de metaaltijden. De meeste vondsten zijn eerder fragmentarisch.
Auteurs: Dupré, Kasper; Vandenbussche, Vanessa; Hertoghs, Sarah; Heirbaut, Elly
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: LARes bvba; Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)