Bij natuurinrichtingswerken kwam een Duitse betonnen geschutsopstelling uit WO II aan het licht. De constructie werd grotendeels vrijgelegd, omdat ze volledig was bedekt met rimpelroos, een uitheemse plantensoort. Na het verwijderen van de planten werd de structuur weer gedeeltelijk afgedekt, maar niet vernield.
Uit het onderzoek blijkt dat het om een open geschutsopstelling gaat voor een kanon van het type 5cm kwk. De structuur meet in totaal 8,75 op 5 m. Centraal bevindt zich een zeskantige opening met een binnendiameter van 3 m. Aan beide zijden hiervan bevindt zich een langwerpige verbinding van 1 m breed; hier bevinden zich nissen waarin munitie opgeslagen werd. Via enkele treden is de geschutsopstelling verbonden met een betonnen loopgraaf, die in noordelijke richting loopt. Centraal in de zeshoekige uitsparing ligt een rond plateau met een diameter van 1m50. In het midden daarvan zit een vierkante basis met ijzeren bouten, waarop het kanon gemonteerd was. Het kanon zelf is evident niet meer aanwezig.
De geschutsopstelling maakte deel uit van het Duitse Stp. Bruchmüller. Dit was een steunpunt dat bestond uit tientallen zware bunkers en geschutsopstellingen, die samen met het spoorweggeschut aan de Driftweg opereerden. Van Stp. Bruchmüller is vandaag enkel nog de grote vuurleidingsbunker bovengronds bewaard (100 meter verderop) en beschermd als monument. Naar verwachting bevat de ondergrond nog meer restanten van dit steunpunt.
De geschutsopstelling dateert uit de beginjaren van de oorlog (1941) en blijkt zeer zeldzaam, er zou geen enkel exemplaar bewaard zijn in Vlaanderen, voor zover gekend. De geschutsopstelling was voor de vondst niet gekend.
Auteurs: De Decker, Sam
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)