Het proefputtenonderzoek wees uit dat er ter hoogte van het terrein één uniforme bodemopbouw aanwezig is. Het terrein vertoonde een sterk vergraven horizont (Ap1) met daaronder mogelijk nog een (rest van) de oorspronkelijke A-horizont (Ap2) voor de ophoging. Op ca. 1,25 m-mv treft men de grijs-witte C-horizont bestaande uit zand aan. In de C-horizont werden geen relevante bodemsporen waargenomen.
De opeenvolging van de bodemhorizonten en de vergelijking met de omgevende onderzoeken in de Dinantstraat laten een datering van voor de stadsstichting tot de ontginningsfase in de 12de eeuw vermoeden voor het pakket bovenop de C-horizont (Ap2). Voor het bovenliggende ophogingspakket (Ap1) wordt uitgegaan van een datering vanaf de 15de eeuw. Door de afwezigheid van dateerbare archeologische vondsten uit dit proefputtenonderzoek is dit slechts een hypothese en kan dit op basis van dit proefputtenonderzoek niet gestaafd worden. Een alternatieve hypothese is dat de Ap2 horizont te associëren is met de midden 15de-eeuwse stadsstichting en dat de Ap1-horizont van postmiddeleeuwse datering is en de teelaardepakketten dus jonger te dateren zijn.
Auteurs: Decramer, Ward; Doucet, Alexander; D'Haenens, Melissa
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)