Tijdens het proefsleuvenonderzoek konden zeven relevante archeologische bodemsporen aangetroffen worden. Het gaat hierbij om twee grachten en een (paal)kuil in Proefsleuf 2 (WP2) en om twee paalkuilen, een gracht en een (water)kuil in Proefsleuf 1 (WP1). Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden er acht vondstnummers uitgedeeld. De vondsten bestonden uit aardewerk, bouwmateriaal, dierlijk bot en natuursteen.
Onder de noordoostelijke gracht werd een kuil aangetroffen. Deze kuil heeft een lichtgrijze vulling en tekent zich vrij scherp af in het profiel. Dit spoor is met zekerheid ouder dan de gracht die te dateren is Volle Middeleeuwen. Het aardewerk dat hier werd aangetroffen lijkt inderdaad te wijzen op een datering in de 11de – 12de eeuw.
Centraal in Proefsleuf 1 (WP1) konden twee diepe paalkuilen geregistreerd worden. Beide sporen lagen tegenover elkaar en hebben een gelijkaardige zeer heterogene lichtgele tot lichtgrijze vulling met humeuze brokjes. De aflijning in vlak en in coupe is vrij scherp. Beide paalsporen maken wellicht deel uit van een structuur en raakten net de grondwaterstand niet. De dempingslaag die voorkomt over meerdere sporen, doet een gelijktijdig aangebrachte ingreep over het hele terrein vermoeden. De datering van de sporen ligt ook in lijn met de gracht.
Centraal in Proefsleuf 1 (WP1) kon een diepe ovaalvormige (water)kuil geregistreerd worden. Deze kuil had enerzijds een donkergrijze tot zwarte vulling bestaande uit een gelaagdheid van verschillende opvullagen. Er werden geen resten van een houten kader of structuur vastgesteld. Het aardewerk uit dit spoor lijkt te wijzen op een datering in de Volle Middeleeuwen.
In het noorden van Proefsleuf 1 (WP1) werd een eerste gracht aangetroffen met een W-O oriëntering. Deze gracht heeft een heterogene grijze tot bruine vulling. Deze gracht is vermoedelijk te dateren in de Middeleeuwen, maar het ontbrak hier aan vondsten.
In het noorden van Proefsleuf 2 (WP2) werd een volgende gracht aangesneden met een NW-ZO oriëntering. Deze gracht was in het oosten verstoord door de kelder van het voormalige woonhuis. In het zuiden van deze gracht kon er nog een (paal)kuil opgemerkt worden. Deze heeft een homogene lichtgrijze vulling met houtskoolspikkels.
De laatste gracht werd in het zuiden van Proefsleuf 2 (WP2) aangetroffen. Deze gracht heeft opnieuw een NW-ZO oriëntering en loopt parallel aan de voorgaande gracht. Deze gracht werd reeds bij voorgaand onderzoek op het perceel net ten noorden gedateerd in de tweede helft van de 12de tot eerste helft van de 13de eeuw.
Het aardewerk dat werd aangetroffen in Proefsleuf 1 (WP1) beperkt zich tot de waterkuil. Hier werden slechts twee fragmenten grijsbakkend aardewerk aangetroffen. Op één scherf werden twee lijnen radstempelwerk in vlechtpatroon aan de buitenzijde van de wandscherf aangetroffen. De fragmenten worden gedateerd in de Volle Middeleeuwen (10de – 13de eeuw).
In Proefsleuf 2 (WP2) konden in de grachten aardewerkvondsten aangetroffen worden. Voor de noordoostelijke gracht gaat het om een scherf ongeglazuurd rood aardewerk met aan de buitenzijde sporen van verbranding. Dit fragment valt te dateren in de Volle-Middeleeuwen (10de tot 13de eeuw).
In de zuidelijke gracht werden vervolgens verschillende stukken aardewerk aangetroffen. In totaal gaat het om vijf wandfragmenten, één bodem en één rand. Bij het aardewerk kon er zowel geglazuurd roodbakkend aardewerk als, grijs aardewerk en steengoed aangetroffen worden. De bodem heeft een geknepen standring en het randfragment heeft een grove uitstaande rand met doorn aan de binnenzijde. Deze fragmenten aardewerk kunnen gedateerd worden vanaf de Late-Middeleeuwen (13de tot 17de eeuw).
Tot slot kon er een wandfragment grijs gedraaid aardewerk met matig fijne kwarts en micamagering in een van de grachten aangetroffen worden. Het fragment vertoont een licht verbrandingsspoor aan de buitenzijde. Dit fragment valt te dateren in de eerste helft van de Volle-Middeleeuwse periode (10de – 11de eeuw).
In Proefsleuf 2 (WP2) werd in een gracht een fragment van een tegel gevonden. Het tegelfragment bezit slechts één recht afgesneden zijde. De overige zijden zijn afgebroken waardoor de oorspronkelijke grootte niet kon bepaald worden. De tegel werd uitgevoerd in een oxiderende bakking. De datering van dit tegelfragment valt gelijklopend te plaatsen met de aardewerkvondsten en wordt dus geplaatst in de Volle Middeleeuwen (10de tot 13de eeuw).
In Proefsleuf 2 (WP2) werden in de grachtvulling verschillende stukken dierlijk bot ingezameld. De stukken omvatten een ribfragment, een gewricht en een mogelijke tibia van een middelgroot dier. Met uitzondering van het gewricht, werden geen duidelijke bewerkingssporen opgemerkt op de botfragmenten.
In Proefsleuf 2 (WP2) werd in de noordoostelijke grachtvulling een fragment veldsteen aangetroffen. Het fragment vertoont geen duidelijke bewerkingssporen.
Auteurs: Decramer, Ward; Doucet, Alexander; D'Haenens, Melissa
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)