Uit het uitgevoerde proefsleuvenonderzoek blijkt dat er binnen het plangebied twee verschillende bodemprofielen aanwezig is. In het noordelijk deel van het terrein is er sprake van eerdere verstoring door grindverharding, die hier reikt tot ongeveer 70 cm diepte en lokaal tot 80 cm. Voor het zuidelijk deel van het projectgebied blijft het mogelijk om het archeologisch erfgoed in situ te behouden, aangezien de geplande werken niet diep genoeg gaan om het archeologisch niveau te beïnvloeden. Bovendien hebben de proefsleuven hier geen archeologische resten opgeleverd.
Auteurs: Vandenbussche, Vanessa; Heirbaut, Elly
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)