Voor wat betreft het noordelijke deelgebied zijn de bovengrond en het archeologisch relevant niveau intens aangetast of verdwenen ten gevolge van een reliëfwijziging tijdens de periode 1979-1995. In het zuidelijk deelgebied is sprake van een ophoging (tussen 2 à 4 m) van de gronden. Een archeologisch niveau of een onverstoorde natuurlijke afzetting werd niet aangeboord tot een diepte van ca. 200 cm.
Auteurs: Van Liefferinge, Nick
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)