waarneming

Isenbaertstraat II

archeologisch element
ID
995633
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/995633

Beschrijving

Algemeen

Naar aanleiding van een verkaveling in de Isenbaertstraat van Snellegem (Jabbeke) werden, verspreid over het terrein, 3 werkputten aangelegd met sporen (594 stuks) en vondsten (135 vondstnummers) van de ijzertijd tot de nieuwste tijd.

Late ijzertijd

Opvallend is de aanwezigheid van een waterput centraal in het projectgebied. De waterput had een goeie bewaring waarbij hout van een constructie werd herbruikt voor de aanleg van de waterhoudende constructie. Daarom is er geen dendrochronologisch onderzoek uitgevoerd. De vulling toont een mooie gelaagdheid met meerdere organische pakketten waarvan één laag macobotanisch is geanalyseerd en gedateerd via 14C in de midden ijzertijd (2245 +/20 BP, 68% betrouwbaarheid). In een jongere onbepaalde fase is de constructie grotendeels ontmanteld voor herbruik waarbij het hout wederom voor een andere constructie werd aangewend. Het is mogelijk dat dit plaats vond in de vroege middeleeuwen gezien de gelijkaardige opvulling van de extractie als bij de hutkom met de brokken verbrande natuursteen. Planten van matig natte tot droge graslanden kwamen in de omgeving verspreid voor naast de veelvuldig aanwezige pioniers van natte tot matig natte voedselrijke gronden. Deze waterput wijst op een nabijgelegen erf uit deze periode. Andere duidelijke ijzertijdstructuren ontbreken.

Merovingische periode

Het grootste deel van de sporen situeert zich in de vroege middeleeuwen. In het centrale en oostelijke deel van het terrein zijn minstens twee hoofdgebouwen, diverse bijgebouwen en een hutkom. De hutkom kent een sterke gelaagdheid die wordt gekenmerkt door vele fragmenten verbrande veldsteen. Het glauconiet in de veldsteen geeft een bruinige tint bij blootstelling aan warmte. Een fenomeen dat ook terugkeert in de vulling van de waterput en mogelijks kan wijzen op de productie of het bewerken van ijzer. Slakken die hiermee samengaan zijn minimaal aanwezig.

Daarnaast werden een NO-ZW georiënteerde erfgracht met palissade aangetroffen die het nederzettingsareaal afbakenden. Deze sporen getuigen van een georganiseerd erf dat langdurig in gebruik was. Het vondstmateriaal bestaat uit handgevormd aardewerk, slakken, natuursteen en beperkte importwaren zoals Eifelwaar. De natuurwetenschappelijke stalen (macroresten, pollen en houtskool) ondersteunen de datering en activiteiten.

Dit erf vormt een aanvulling op het reeds gekend archeologisch patrimonium van Snellegem dat een belangrijke, centrale rol speelt in de vroegmiddeleeuwse geschiedenis van het Brugse ommeland en West-Vlaanderen. Snellegem wordt beschouwd als de oudste nederzetting in de Brugse vlakte. Het was een Merovingisch kroondomein met als centrum van de fiscus "Het Oosthof" (of curtis indominicatus), waar de vertegenwoordiger van het Merovingische gezag resideerde en van waaruit onder meer de belastingen werden geïnd. Hierrond bevonden zich tal van omringde boederijen of mansi.

Karolingische periode

Er is een continuiteit van de sporen in de Karolingische periode. In deze periode ontstaat echter een herindeling van het erf, met nadruk op intensievere landbouwactiviteiten en opslag. Het erf wordt kleinschaliger en bevat vooral opslaggebouwen, zoals de twee aangetroffen vierpalige spiekers. De sporen onderscheiden zich morfologisch van de Merovingische structuren (ze zijn minder robuust) en liggen meer zuidelijk op het terrein. Enkele kuilen en greppels vertonen een complexere vulling en worden mede gedateerd door het aangetroffen Badorf-aardewerk, typisch voor de Karolingische tijd.

Op basis van het vondstenmateriaal lijkt het geheel zich te plaatsen tussen de 7de en 9de eeuw n.Chr.

Volle Middeleeuwen

In een volgende fase vindt er een lichte nivellering van het terrein plaatst in het zuidwesten van het terrein. Dit is sterker in het zuiden dan in het westen. Dit betreft een ophoging met een 20 tot 30 cm (van ongekende datering) waarbij in een volgende fase, de volle middeleeuwen, zich sporen gaan aftekenen op deze laag. Het aardewerk kan geplaatst worden in de 12e eeuw. De hoger gelegen zone in het noorden blijft onaangeroerd en diende mogelijks als weiland/akkerland.

De bewoning verschuift naar het zuidwestelijke, lager gelegen deel van het terrein. Er worden kuilen en paalsporen aangelegd en er verschijnt een nieuw groot grachtenstelsel met meerdere fasen, gebruikt voor waterbeheer en percelering. Deze erfgracht begrenst alle sporen. Het vondstenmateriaal omvat kogelpotten, vroeg rood aardewerk en maalstenen in basaltlava. De volmiddeleeuwse sporen geven een beeld van een heringericht landbouw- of woonlandschap, mogelijk met kleinere erven of percelen tegen de helling van het terrein. Sedimentonderzoek bevestigt opeenvolgende opvullingen.

Kort na het verlaten van de site ergens in de 12de eeuw wordt het westelijke deel van het terrein opnieuw opgehoogd waarbij de volmiddeleeuwse sporen worden afgedekt. Op deze 20 tot 30 dikke teeltlaag bevindt zich de hedendaagse ploeglaag. Hiertussen werden geen sporen geattesteerd. Deze ophogingen resulteerde in een maximale afgraving van 89 cm in het zuidwesten van het projectgebied.Binnen deze twee ophogingen zijn geen vondsten aangetroffen.

18de eeuw

De jongste sporen manifesteren zich in de NO-zijde van het projectgebied. Het gaat oa. om een 18de-eeuwse perceelsgracht, gedempt in de 2de helft van de 20ste eeuw.

20ste eeuw en WO II

Ook werd een mogelijke loopgraaf uit WO II aangesneden. De andere sporen bestaan uit percelleringsgreppels, ploegsporen en moderne verstoringen, waaronder funderingsrestanten van de recent gesloopte woning, leidingen en tuinaanleg. Het vondstmateriaal bestaat uit hedendaagse fragmenten zoals plastiek en metaal.

Auteurs: Deconynck, Jasper; Demerre, Ine
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Ruben Willaert nv

ijzertijd

Datering: late ijzertijd (westen)
Typologie: vaatwerk, waterputten
Materiaal: aardewerk, hout, plantaardige macroresten, pollen, zaden en vruchten
Gebeurtenis:

karolingisch

Datering: Karolingische periode
Typologie: greppels, inheemse nederzettingen, kuilen, paalsporen, spijkers (opslagplaatsen)
Materiaal: Badorf aardewerk, grijs aardewerk, houtskool, metaal, natuursteen
Gebeurtenis:

merovingisch

Datering: Merovingische periode
Typologie: grachten (infrastructuur), greppels, hutkommen, inheemse nederzettingen, paalsporen, palissaden, standgreppels, woonerven (woonwijken)
Materiaal: aardewerk, bot (dierlijk), Eifelwaar, houtskool, ijzer, keramisch bouwmateriaal, natuursteen, plantaardige macroresten, pollen, slak, zaden en vruchten
Gebeurtenis:

nieuwste tijd

Datering: 18de eeuw, 20ste eeuw, WO II
Typologie: grachten (infrastructuur), loopgraven, perceelsgrenzen, perceelsgreppels, ploegsporen
Materiaal: metaal, plastic
Gebeurtenis:

volle middeleeuwen

Datering: volle middeleeuwen
Typologie: afwateringsgreppels, grachten (infrastructuur), inheemse nederzettingen, kuilen, maalstenen, vaatwerk
Materiaal: aardewerk, basalt, grijs aardewerk, grond, keramisch bouwmateriaal, metaal, rood aardewerk
Gebeurtenis:

Relaties


Je kan deze pagina citeren als: INVENTARIS ONROEREND ERFGOED 2026: Isenbaertstraat II [online], https://id.erfgoed.net/waarnemingen/995633 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.