Het landschappelijk booronderzoek (5 boringen) toonde eolische zandleemgrond met diepe verstoorde lagen in het westen en een intact archeologisch niveau vanaf 55 cm -mv in het oosten. Het daaropvolgende proefsleuvenonderzoek (5 proefsleuven en 1 kijkvenster, totaal 434 m2) bracht 5 archeologisch relevante sporen aan het licht: 4 segmenten van greppels/grachten in functie van landindeling en 1 mogelijke kuil. Vanwege het ontbreken van vondstmateriaal konden deze sporen niet gedateerd worden. Er werden geen bewoningssporen of artefacten uit de steentijd of latere historische periodes aangetroffen.
Auteurs: Derweduwen, Natascha
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)