Naast recente verstoringen en natuurlijke verstoringen werd 1 archeologische spoor vastgesteld: gracht S23. De gracht was binnen het plangebied nog zichtbaar in het reliëf van het terrein en komt overeen met de huidige percelering. Verder is de gracht op de Atlas der Buurtwegen (1841) en een luchtfoto van 1971 te zien.
Van het noorden naar zuiden begint de gracht zeer ondiepe en wordt deze zeer groot en breed naar de Grote Nete toe. Het is duidelijk
dat deze gracht een afwateringsfunctie heeft naar de rivier. Langs de gracht werd een houten paaltje aangetroffen. Dit werd geïnterpreteerd als onderdeel van een oeverversterking van de gracht.
De weg die werd afgebeeld op de Ferrariskaart werd niet aangetroffen. Vermoedelijk was deze weg reeds ondiep of oppervlakkig aangelegd en werd deze verstoord tijdens de afgravings- en ophogingswerken van de 19de en 20ste eeuw.
Op aanvraag van het Agentschap Onroerend Erfgoed werd een anomalie in het bos, een heuveltje, onderzocht. De eerste interpretatie
was een stockageplaats van moerasijzererts na de winning ervan. Deze zouden dan in blokken klaar liggen om getransporteerd te
worden via de Grote Nete. De boringen toonden aan dat hier geen sprake is van moerasijzerbrokken, maar een heuvel van los zandig materiaal met brokken moerasijzererts. Er moet dus een andere verklaring gezocht worden voor de aanwezigheid van deze heuvel.
Auteurs: Ghytiel, Thomas
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Raap België bvba