Het proefsleuvenonderzoek geeft aan dat op het terrein archeologische sporen aanwezig zijn uit de late middeleeuwen of de nieuwe tot de nieuwste tijd, met de nadruk op de nieuwste tijd. Ze zijn te relateren aan het agrarisch gebruik van het terrein en aan landindeling.
De paalsporen en kuilen bevinden zich in de buurt van elkaar, in het westen van het onderzoeksgebied. Zowel de paalsporen als de kuilen zijn scherp afgelijnd, waardoor ze wellicht in de nieuwe of de nieuwste tijd kunnen geplaatst worden.
Twee noordnoordwest-zuidzuidoost georiënteerde greppels met een donkere grijsbruine vulling werden geregistreerd in de zuidwestelijke helft van het onderzoeksgebied. De vondsten die in deze greppels aangetroffen werden plaatsen de greppels in de late middeleeuwen of de nieuwe tijd.
De sporen van beddenbouw werden vastgesteld in het zuidoosten van het onderzoeksgebied. Gezien de scherpe aflijning zijn ze wellicht in de nieuwste tijd te plaatsen.
Uit een van de greppels komt een oorfragment spaarzaam geglazuurd rood aardewerk en een wandfragment rood aardewerk dat niet geglazuurd is. Een andere greppel leverde twee randfragmenten en een wandfragment geglazuurd rood aardewerk op. Eén van de randfragmenten is van een grape. Op de onderzijde van dit fragment zijn roetsporen aanwezig.
Een van de sporen van de beddenbouw leverde een wandfragment steengoed op, dat thuishoort in de nieuwe tijd
Auteurs: Bruggeman, Jordi
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)