Er werd een landschappelijk bodemonderzoek, middels zes boringen, en een proefsleuvenonderzoek, middels vijf sleuven, uitgevoerd. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden geen archeologische sporen of vondsten aangetroffen. Wel werden op het oostelijk deel van het terrein enkele verspreide kleinere verstoringen aangetroffen. Deze zijn vermoedelijk te linken aan de voormalige bebouwing en activiteiten op het terrein. In het zuidwestelijk deel van het terrein waren een aantal grootschalige verstoringen aanwezig.
Auteurs: Wyns, Gwendy; Bracke, Maarten
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)