Tijdens het onderzoek werden vooral greppels, grachten en enkele kuilen aangetroffen. Een groot deel van de lineaire sporen volgt een noordwest-zuidoostelijke oriëntatie en lijkt deel uit te maken van eenzelfde systeem van perceelsafbakening of drainage. De meeste sporen bevatten weinig of geen vondsten, waardoor een exacte datering vaak moeilijk is.
Een kuil met een opvallend houtskoolrijke onderste vulling werd gedateerd in de Romeinse periode. De kuil bevatte sterk verweerd bouwmateriaal, waaronder een fragment van een dakpan. Er werden ook enkele stukken natuursteen zonder zichtbare bewerkingssporen aangetroffen.
Meerdere greppels met noordwest-zuidoostelijke oriëntatie lijken tot één groter systeem te behoren. Een van deze bredere lineaire structuren leverde een randfragment van Maaslands wit aardewerk op. Bij een nabijgelegen spoor werd eveneens een klein wandfragment van Maaslands aardewerk aangetroffen. De twee vondsten van Maaslands aardewerk dat in een van de greppels werd gevonden wijzen op activiteit in de volle middeleeuwen.
Een brede lineaire structuur met een puinrijke centrale vulling komt overeen met een perceelsgrens die bekend is van historische kaarten. Mogelijk onderdeel van een latere herindeling van het landschap. Er werd ook een smalle greppel met dezelfde oriëntatie als de brede gracht/perceelsgrens aangetroffen.
Auteurs: Milis, Sander; Pype, Pedro
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)