Op locatie 2 werd in werkput 3 een duidelijke Romeinse nederzettingsstructuur vastgesteld. Er konden twee structuurrasters worden onderscheiden. Een eerste structuur bestaat uit vier paalkuilen en wordt geïnterpreteerd als een mogelijke spieker (opslaggebouw). Daarnaast werd een tweede, grotere structuur herkend als een woningplattegrond van het type IIIA, waarvan een deel van de zuidelijke wand en enkele centrale paalkuilen bewaard zijn. Deze structuur dateert vermoedelijk uit de late 2de en 3de eeuw n.Chr.. Parallel aan de woning liep een greppel die waarschijnlijk tot hetzelfde erf of gebouw behoorde. Uit deze greppel kwamen enkele scherven grijs aardewerk, die mogelijk Romeins zijn. Verder werden in de omgeving nog enkele kuilen en greppels aangetroffen die niet rechtstreeks aan de structuur konden worden gekoppeld.
Op locatie 5 werd in een greppel een scherf van een kruik in Romeins zeepwaar gevonden. Hoewel deze vondst geen directe datering van het volledige greppelsysteem toelaat, wijst ze op menselijke activiteit in de Romeinse periode.
Op locatie 5 werd in een van de greppels een scherf middeleeuws grijs aardewerk aangetroffen. Dit wijst op minstens beperkte activiteit tijdens de middeleeuwen. Omdat de scherf uit een greppelvulling afkomstig is en verdere daterende vondsten ontbreken, blijft de precieze aard van deze activiteit onduidelijk.
Op locatie 3.1 werd een lange greppel aangetroffen die niet overeenkomt met perceelsgrenzen op historische kaarten. Mogelijk dateert deze greppel van vóór de 18de eeuw, maar door het ontbreken van vondsten kan dit niet met zekerheid worden bevestigd.
Op locatie 5 lijkt een deel van het uitgebreide noordelijke greppelsysteem samen te vallen met perceelsgrenzen die reeds op de Ferrariskaart (1770-1778) aanwezig zijn. Dit suggereert dat minstens een deel van deze greppels mogelijk in de nieuwe tijd in gebruik was.
Verschillende greppels en grachten op locatie 3.1, 3.2, 3.3 en 5 kunnen rechtstreeks gekoppeld worden aan perceelsgrenzen die zichtbaar zijn op de Atlas der Buurtwegen, de Poppkaart en de huidige kadastrale indeling. Deze sporen vertegenwoordigen historische perceelsafbakeningen en afwateringsstructuren die vermoedelijk vanaf de 19de eeuw in gebruik waren en vaak tot vandaag in het landschap herkenbaar blijven.
Auteurs: Destrebecq, Linde
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)