Het proefsleuvenonderzoek bracht 23 sporen aan het licht, waaronder 5 kuilen, 7 paalkuilen, 10 greppels en grachten, en 1 natuurlijk spoor. Zes van de paalkuilen kunnen mogelijk worden toegeschreven aan een gebouwplattegrond. De greppels en grachten zijn uitsluitend in de noordelijke helft van het plangebied aangetroffen.
Er zijn geen vondsten geregistreerd; een relatieve datering van de sporen is voorlopig niet mogelijk. De gelijkaardige, podzolachtige vulling van de antropogene sporen wijst er echter op dat zij vermoedelijk tot eenzelfde gebruiksfase behoren. Mogelijk gaat het hier over een erf met bijhorende bebouwing.
Auteurs: Mathys, Greet
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)