Het bodemprofiel vertoont over het algemeen twee begraven ploeglagen van 40 tot 60 cm dik op een A/C-overgang en een Cg/Crg-horizont op zand.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek (fase 2) werden in een afwateringsgreppel een rand- en wandfragment van een kookpot in reducerend gebakken gewoon aardewerk alsmede een wandfragment van een tegula uit de Romeinse tijd aangetroffen. Deze vondsten bevinden zich in een secundaire of verspitte context en zijn vermoedelijk samen met aangevoerd materiaal in een jongere greppel terechtgekomen.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek in de westelijke zone werden talrijke greppels geregistreerd. Deze greppels dienden voor perceelsindeling en de afwatering van het vrij natte terrein richting het Beekje en de depressie van het Mansbroekveld. Verder werden palenrijen (afsluitingen) en twee grotere rechthoekige zandextractiekuilen aangetroffen. Vondsten uit deze sporen omvatten voornamelijk grijs aardewerk (waaronder een pan uit de tweede helft van de 12de tot 13de eeuw in een paalspoor), bouwmateriaal en een fragment tefriet.
In de westelijke en zuidoostelijke zone werden enkele jongere greppels geattesteerd. Een langsgreppel van de historische Mansbroekstraat (huidige Cesar Van Kerckhovenstraat) en een greppel die samenvalt met een 19de-eeuwse perceelsgrens. Vondsten uit deze fase omvatten geglazuurd rood aardewerk, Europees porselein en faience.
In de zuidoostelijke zone van het terrein werden diverse grootschalige antropogene verstoringen geregistreerd. Deze staan in verband met de bouw, verharding en afbraak van kantoorgebouwen uit de jaren 1990.
Auteurs: Bruggeman, Jordi
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)