In de proefsleuven werden in totaal 22 sporen aangesneden. De antropogene sporen omvatten gracht- en greppelsegmenten en kuilen. Ze hebben steeds een duidelijke en scherpe aflijning en er vond slechts weinig bioturbatie plaats. Vrijwel alle sporen zijn terug te brengen op verstoringen in het (sub)recente verleden. Wellicht valt het merendeel van het sporenbestand te kaderen binnen activiteiten met betrekking tot de bewoning sinds de 19de eeuw.
Auteurs: Malfliet, Lisa; Hoorne, Johan
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)