Tijdens de terreinevaluatie werden 17 sporen geregistreerd, waarvan één spoor uiteindelijk verviel. De belangrijkste archeologische resten bestaan uit kuilen, ophogings- en puinlagen en de restanten van minstens twee beerputten. Het vondstmateriaal bestaat hoofdzakelijk uit aardewerk en wijst op activiteiten vanaf de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. In totaal werden 249 aardewerkfragmenten verzameld.
Uit de terreinevaluatie konden verschillende sporen aan de Late Middeleeuwen worden toegewezen. Een rechthoekige kuil bevatte talrijke baksteen- en tegelfragmenten en leverde een ensemble van grijsgebakken aardewerk op, bestaande uit vijf wandscherven, een randfragment en een bodemfragment op standvinnen. Daarnaast werd in de vulling van een latere aanpassing van een beerput ouder vondstmateriaal aangetroffen dat in de Late Middeleeuwen of de 16de eeuw kan worden gedateerd. Dit omvatte roodgebakken geglazuurd aardewerk met tien wandscherven, vier randfragmenten, drie bodemfragmenten en minstens één oor. Verschillende van deze scherven vertoonden sporen van roet, wat wijst op gebruik als kookgerei. Verder werd ook een bodemfragment in Rijnlands steengoed teruggevonden.
Op het niveau van het eerste vlak werd een puinpakket geregistreerd dat aardewerk bevatte uit de overgangsperiode tussen de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Het vondstmateriaal bestond uit twee wandfragmenten, een bodemfragment op standvinnen, een randfragment en een oor in geglazuurd rood aardewerk. Deze vondsten wijzen op activiteiten op het terrein tijdens de 15de en 16de eeuw.
De Nieuwe Tijd wordt voornamelijk vertegenwoordigd door de restanten van minstens twee beerputten en hun vullingen. De constructies bestonden uit bakstenen muren, opgebouwd met recuperatiemateriaal, en kenden verschillende bouw- en gebruiksfasen. Binnen de oorspronkelijke beerputvullingen bleven nog resten van organisch materiaal bewaard, terwijl de beerputten in een latere fase werden geruimd en opgevuld met puin en huishoudelijk afval.
De opvullingslagen leverden een omvangrijk aardewerkensemble op. Er werden grote aantallen majolicafragmenten aangetroffen, waaronder drieëntwintig randfragmenten en negentien bodemfragmenten van borden. Daarnaast werden zeventien randfragmenten, tien wandfragmenten en negen bodemfragmenten in faïence gevonden. Het roodgebakken geglazuurd aardewerk omvatte zeven randfragmenten, vier wandfragmenten, twee bodemfragmenten en een oor. Enkele scherven waren afkomstig van een steelpan en vertoonden duidelijke roetaanslag. Verder werden ook twee bodems en een oor in Rijnlands steengoed aangetroffen, daterend uit de 16de en 17de eeuw.
De jongste vondst bestaat uit een pijpsteeltje uit de 19de eeuw dat werd aangetroffen in de opvulling van een beerput. Deze vondst wijst op een latere verstoring of herwerking van het terrein.
Enkele sporen konden niet nauwkeurig worden gedateerd. Het gaat onder meer om een onregelmatige kuil zonder vondstmateriaal en een vierkant spoor waarvan de functie niet met zekerheid kon worden vastgesteld. Daarnaast werden recente verstoringen geregistreerd en werden verschillende stalen genomen uit beerputvullingen voor verder natuurwetenschappelijk onderzoek. Ook werden verspreid over de site vondsten van menselijk bot, dierlijk bot, glas en keramiek aangetroffen, waarvan geen nauwkeurige datering kon worden bepaald.
Auteurs: Eggermont, Shari; De Gryse, Janiek
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)