Het proefsleuvenonderzoek toonde aan dat in de onderzochte zone voornamelijk resten uit de nieuwe tot de nieuwste tijd aanwezig zijn. In het noorden van het onderzoeksgebied werd een geïsoleerde houtskoolrijke kuil vastgesteld. De kuil had rechthoekige aflijning (ca. 180 cm bij 140 cm) en een noordnoordwest-zuidzuidoost oriëntatie. Na couperen bleek de kuil rechthoekig in doorsnede met vrij steile wanden. Dit spoor werd geïnterpreteerd als een houtskoolmeiler.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek werd in het noorden van het terrein een rechthoekige kuil (180 x 140 cm) aangetroffen. Het spoor werd geïnterpreteerd als een houtskoolmeiler en bevatte een lichtgrijs nazakkingspakket en onderaan een houtskoolrijke laag. Anthracologisch onderzoek toonde aan dat de vulling voornamelijk uit eik (Quercus sp., 82,9%) bestaat, aangevuld met berk (Betula sp.), els (Alnus sp.) en hazelaar (Corylus avellana). Radiokoolstofdatering op berkenhoutskool (Poz-202715: 1805 ± 30 BP) dateert de meiler tussen 132 en 340 cal AD (Romeinse periode).
De overige sporen op het terrein betreffen grachten en verstoringen die verband houden met recente landindeling en het gebruik als woonperceel.
Auteurs: Reyns, Natasja
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)