Het landschappelijk bodemonderzoek toonde een A-C bodemopbouw aan met twee opeenvolgende ploeglagen of machinaal opgebrachte lagen op een C-horizont met gleyverschijnselen op ca. 115 cm diepte. Er werden geen bewaarde B-horizonten of steentijdartefactensites aangetroffen. In totaal werden tijdens het proefsleuvenonderzoek 37 grondsporen en 3 muurresten geregistreerd.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden verspreid over het terrein zeven greppelfragmenten aangetroffen. Ze hebben overwegend een noordoost-zuidwest of westnoordwest-oostzuidoost oriëntatie parallel aan de huidige perceelsgrenzen en worden gedateerd in de late middeleeuwen tot de nieuwe tijd (gerelateerd aan historische landindeling en drainage).
Een muur in het zuidoosten (bakstenen 17,5 x 8 x 4,5 cm met kalkmortel) valt samen met een gebouw op de Atlas der Buurtwegen en wordt in de 19de eeuw gedateerd. Bij de opkuis ervan werd een randfragment van een bord in industrieel wit aardewerk uit de nieuwste tijd ingezameld. Twee andere muren alsmede een uitbraakspoor, insteek en negen paalsporen behoren eveneens tot recente bebouwing uit de nieuwste tijd. Verder werden 10 kuilen en 9 verstoringen geregistreerd, waaronder de resten van een betonnen waterput.
Auteurs: Reyns, Natasja
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)