Het betreft een cirkelvormig kuil waarvan de vulling een gevlekte licht bruingrijze kleur met een eerder diffuse aflijning vertoont. Na het couperen werd een komvormige uitgravingsdiepte van 28 cm vastgesteld. In de vulling werden twee fragmenten van verweerd en weinig
diagnostisch handgevormd aardewerk gevonden. De scherven kunnen slechts ruim worden gedateerd in de periode van de (late) ijzertijd of Romeinse tijd.
Het betreft een relatief recente (20ste eeuwse), bakstenen (beer)kuil met een lengte en breedte van 110 cm. Deze put hoorde waarschijnlijk bij de
pastorij die zich ernaast bevindt. De interpretatie als beerkuil is het gevolg van de aanwezigheid van een donker aankoeksel op de binnenwand van de bakstenen bekisting.
Auteurs: Anoniem; Van Liefferinge, Nick
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)