In de centrale, oostelijke en westelijke zone van het projectgebied werden in totaal 38 relevante archeologische sporen vastgesteld in de top van de C-horizont. Deze sporen omvatten voornamelijk onregelmatige en cirkelvormige kuilen en enkele lijnvormige structuren die als greppels geïnterpreteerd
kunnen worden. De vulling van de kuilen is homogeen en bestaat uit een zandleem met bijmenging van houtskool en bouwpuin of aardewerk. De aangetroffen sporen lijken een interne samenhang te vertonen in de vorm van twee clusterzones, zijnde een oostelijke en westelijke cluster binnen het projectgebied.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden 24 archeologische vondsten ingezameld, zijnde steengoed en aardewerk daterend vanaf de 12de -13de. eeuw
In totaal werden er 8 greppels geregistreerd. De vullingen variëren van grijs tot bruin met houtskoolspikkels en baksteeninclusies. De meeste greppels zijn heterogeen van aard, hebben een duidelijke aflijning en meten circa 50-70 cm breed.
Daarnaast werden ook twee grachten vastgesteld, beide duidelijk afgelijnd en met een homogene heterogene vulling. De vulling is grijs tot bruin van kleur. Een van de grachten bevatte baksteenmateriaal, wat een recent vullingspakket lijkt te zijn.
In totaal werden er 27 spoornummer toegekend aan paalkuilen en kuilen. Binnen dit spoorensemble kunnen op basis van morfologie en vulling verschillende kuilen met elkaar onderscheiden worden. Een eerste groep aangetroffen kuilen omvat kuilen met een heterogeen grijze tot grijszwarte vulling, houtskoolspikkels en brokken en zijn duidelijk afgelijnd. Deze kuilen wijzen mogelijks op verbrandingsactiviteiten of het storten van brandresten. Een tweede groep kuilen bestaat uit kuilen met een duidelijk aandeel aan baksteenfragmenten of -spikkels. Deze sporen hebben overwegend een bruingrijze vulling. Daarnaast zijn er meerdere homogene grijs tot bruingekleurde kuilen zonder uitgesproken inclusies.
De aardewerktypes bestaan hoofdzakelijk uit Maaslands aardewerk, dat meerdere keren voorkomt, aangevuld met Paffrath-aardewerk, Raerens steengoed en roodbakkend aardewerk, en een combinatie van Rijnlands en Elmpter aardewerk. Deze variatie wijst op een datering van de Volle Middeleeuwen tot de Nieuwe Tijd (ca. 13de – 17de eeuw).
Auteurs: Decramer, Ward; Doucet, Alexander; Van den Bruel, Liesbet
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)